StoryConnect werkt vanuit Participatory Narrative Inquiry (PNI). Deze wetenschappelijk onderbouwde benadering onderzoekt hoe mensen betekenis geven via verhalen en hoe terugkerende patronen daarin inzicht geven in organisatiecultuur en gedrag. Door participatie centraal te stellen, ontstaat niet alleen analyse, maar gedeeld begrip.
Participatory Narrative Inquiry (PNI) is een methode waarbij mensen hun eigen ervaringen delen én zelf betekenis geven aan die verhalen. De kracht zit niet alleen in het ophalen van verhalen, maar in het gezamenlijk duiden ervan.
PNI is onder andere ontwikkeld door Cynthia Kurtz en wordt toegepast in complexe verandertrajecten, cultuuronderzoek en systeemvraagstukken.
Mensen zijn niet alleen vertellers, maar mede-interpretatoren. Zij duiden hun eigen verhalen, waardoor betekenis niet extern wordt opgelegd, maar van binnenuit ontstaat.
Verhalen bevatten meer dan feiten. Ze tonen perspectief, emotie, overtuigingen en onderliggende aannames. In de narratieve psychologie, onder meer beschreven door Jerome Bruner, staat deze betekenisgeving centraal.
Door verhalen systematisch te verzamelen en te analyseren, worden patronen zichtbaar. Dit sluit aan bij inzichten over sensemaking van Karl Weick en cultuurtheorie van Edgar Schein. Niet het incident, maar het terugkerende patroon geeft richting aan verandering.
Participatory Narrative Inquiry voorkomt dat externe onderzoekers betekenis opleggen. De mensen binnen de organisatie duiden hun eigen ervaringen zelf, waardoor inzicht van binnenuit ontstaat. Zo worden onderliggende patronen en cultuur zichtbaar — niet als losse signalen, maar als samenhangend geheel.
PNI verbindt individuele verhalen met organisatieniveau. Doordat medewerkers zichzelf herkennen in de uitkomsten, ontstaat niet alleen analyse, maar ook draagvlak. Het resultaat is inzicht dat richting geeft én gedragen wordt.
StoryConnect vertaalt deze benadering naar een zorgvuldig ontworpen proces en concrete werkvormen. Zo worden verhalen niet alleen verzameld, maar systematisch geduid en omgezet in gerichte verbetering.
“Door ervaringen gestructureerd te verzamelen, kun je er ook gestructureerd van leren. Dat maakt beleid sterker en beter onderbouwd.”
Senior beleidsmedewerker, gemeente
We bieden de mogelijkheid om zelf verder te werken met verhalen. Dan zorgen wij dat het projectteam beschikt over de juiste handvatten. Denk aan praktische werkvormen, een helder stappenplan en hulpmiddelen die direct toepasbaar zijn bij nieuwe vraagstukken in de organisatie. Daarbij is er aandacht voor het herkennen van patronen, het voeren van het juiste gesprek en het vertalen van inzichten naar concrete acties.
Zo groeit het werken met verhalen uit tot een vanzelfsprekend onderdeel van hoe de organisatie leert, keuzes maakt en gericht blijft veranderen.
Meer vragen over de praktische toepasbaarheid?
mail ons gerust je vragen.
Een mixed-methods benadering: verhalen + metadata + statistische patronen + participatieve duiding.
Verhalen worden gecodeerd en geclusterd, terwijl duidingsvragen kwantificeerbare patronen zichtbaar maken.
Datacollectie → labelen → coderen → triangulatie → sensemaking → rapportage → implementatie.
Klantverhalen
“Het perspectief van StoryConnect was erg helpend om te reflecteren op de werkwijze die we ontwikkeld hebben. De verhalen raken en bieden veel aanknopingspunten voor verbetering. Stilstaan bij de verhalen leidde tot concrete acties en verbeterpunten.”
Mariska van der Steege, projectleider FoodValley Jeugdhulp & Onderwijs
“Veel verhalen zijn voor mij herkenbaar en dragen bij aan mijn beeldvorming. Verhalen die mij raken en mij nóg meer motiveren om kleine veranderingen te aan te zwengelen.”
Mirna Noorlander, Strategisch HR QuaRijn
“De inzet van StoryConnect heeft ons houvast en vooruitgang geboden in ons veranderproces. Met daarbij als concrete resultaten dat medewerkers zich nu samen verantwoordelijk voelen voor het succes van de Wijkwijzers én teams ook zichtbaar nader tot elkaar zijn gekomen.”
Agnes Becker, kwartiermaker Wijkwijzer gemeente Enschede
NOTITIE
Wetenschappelijke verankering van PNI in Nederland
Het proefschrift van Inge Schalkers, het Nivel-onderzoek en de opname van de narratieve aanpak in de Waaier van Waardigheid en trots
Auteurs: Drs. Marco Koning, Dr. E.C. Ribberink, StoryConnect Datum: juli 2026
Bij StoryConnect krijgen we regelmatig de vraag: wat is de wetenschappelijke basis en toepassing van Participatory Narrative Inquiry (PNI)? Deze notitie schetst vier pijlers die laten zien dat PNI in Nederland inmiddels stevige academische en beleidsmatige verankering kent: (1) het promotieonderzoek van Inge Schalkers vanuit het Athena Instituut, (2) het werk van Aukelien Scheffelaar bij het Nivel en de daaruit voortgekomen toolbox Horen, Zien en Spreken, (3) de opname van de PNI-gebaseerde methode Luister naar mijn verhaal in het door Vilans gepubliceerde overzicht van onderbouwde verhalende methoden binnen Waardigheid en trots voor de toekomst, en (4) de lopende promotietrajecten waarin StoryConnect op dit moment actief als methodische partner participeert. We beginnen deze notitie met enkele wetenschappelijke publicaties die aan de basis van de PNI-methode staan.
Participatory Narrative Inquiry (PNI), ontwikkeld door Cynthia F. Kurtz, is een benadering waarbij groepen mensen samen ruwe, persoonlijke verhalen verzamelen en analyseren om grip te krijgen op complexe situaties en betere beslissingen te nemen, waarbij groepen mensen deelnemen aan het verzamelen en bewerken van ruwe verhalen van persoonlijke ervaringen om zin te geven aan complexe situaties voor betere besluitvorming. De methode combineert theorie en praktijk uit meerdere tradities, waaronder narratief onderzoek, participatory action research, oral history, mixed-methods onderzoek, participatory theatre, narratieve therapie, sensemaking, complexiteitstheorie en besluitvormingsondersteuning, en richt zich op het verkennen van waarden, overtuigingen, gevoelens en perspectieven door collaboratieve sensemaking met verhalen uit de geleefde ervaring. Kurtz beschrijft PNI-methoden als hulpmiddelen waarmee mensen inzichten kunnen ontdekken, opkomende trends kunnen signaleren, beslissingen kunnen nemen, ideeën kunnen genereren, conflicten kunnen oplossen en verbindingen tussen mensen kunnen leggen. Haar standaardwerk Working with Stories in Your Community or Organization, inmiddels in de vierde editie, geldt in het veld als het toonaangevende naslagwerk over PNI, en biedt praktisch advies over het verzamelen en bewerken van de unieke en waardevolle verhalen van een gemeenschap of organisatie. Kurtz, sinds 1999 actief als onderzoeker en consultant op het gebied van organisatorische en gemeenschapsnarratieven, heeft meer dan tachtig narratieve projecten begeleid voor overheidsinstanties en profit- en non-profitorganisaties, en wordt breed gezien als een leidende stem binnen dit vakgebied.
Andere academische publicaties waarin PNI door andere onderzoekers wordt toegepast zijn bijvoorbeeld:
Deze publicaties laten zien dat PNI inmiddels buiten Kurtz’ eigen werk wordt toegepast in uiteenlopende domeinen: ontwikkelingssamenwerking, gezondheidszorg, welzijnsonderzoek, gevoelig sociaal onderzoek en organisatiekunde. In Nederland wordt er op diverse plaatsen gewerkt met PNI binnen academische onderzoeken. We presenteren er hieronder vier.
PROEFSCHRIFT
Schalkers, I. (2016). Quality of Paediatric Hospital Care: Understanding the Perspectives of Children and Families. Proefschrift, Vrije Universiteit Amsterdam, Athena Institute for Research on Innovation and Communication in Health and Life Sciences. Promotoren: prof. dr. J.F.G. Bunders en dr. C. Dedding.
Het proefschrift onderzoekt hoe de kloof gedicht kan worden tussen het juridische kader rond participatie van kinderen in de zorg (onder andere het VN-Kinderrechtenverdrag) en de feitelijke praktijk in Nederlandse ziekenhuizen. Hoewel algemeen wordt erkend dat kinderen zowel bereid, capabel als wettelijk gerechtigd zijn om actief deel te nemen aan beslissingen over hun zorg, worden in evaluaties traditioneel vrijwel uitsluitend ouders bevraagd. Schalkers laat zien dat ouders niet kunnen fungeren als enige woordvoerders voor de perspectieven en ervaringen van hun kinderen.
Voor haar onderzoek zette Schalkers een reeks participatieve, narratieve methoden in. Kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar werd gevraagd hun verhalen te delen via photovoice (kinderen maken zelf foto’s van wat hen raakt in het ziekenhuis) en via een ‘brief aan de directeur’. Daarnaast werden semigestructureerde interviews afgenomen met zorgprofessionals (n = 32) van pediatrische afdelingen in acht Nederlandse ziekenhuizen, zowel klinisch als poliklinisch.
Het onderzoek belichaamt drie kerngedachten die ook in PNI centraal staan: (a) deelnemers worden gezien als mede-onderzoekers in plaats van als object van studie, (b) het verhaal van de deelnemer vormt het uitgangspunt voor analyse en duiding, en (c) onderzoekers laten ruimte voor meerdere stemmen en spanningen in plaats van te streven naar een enkele consensuele uitkomst.
“It is widely recognised that children are willing, able and legally entitled to participate in their own healthcare — yet in evaluations, their parents are usually invited to speak on their behalf. This thesis addresses that gap.” — Schalkers (2016), proefschrift VU Amsterdam
Het Athena Instituut, onder leiding van prof. Joske Bunders, geldt als een van de weinige academische thuisbases in Nederland waar participatief en transdisciplinair onderzoek structureel wordt verankerd in promotietrajecten. Christine Dedding — zelf gepromoveerd op kindparticipatie in de diabeteszorg (UvA, 2009) — zette dit werk voort vanuit het Departement Ethics, Law and Medical Humanities van Amsterdam UMC. De lijn Schalkers – Dedding – Bunders is daarmee een gedocumenteerd voorbeeld van hoe een aan PNI gerelateerde onderzoeksmethode zich in Nederland verankert.
PROEFSCHRIFT EN ONDERZOEKSPROGRAMMA
Scheffelaar, A. (2020). About the client perspective: a participatory study evaluating the quality of long-term care relationships. Proefschrift, Radboud Universiteit Nijmegen (verdediging 20 januari 2020); uitgevoerd bij het Nivel. Bekroond met de CaRe Award 2021 voor het beste proefschrift binnen het netwerk CaRe (Care Research).
Scheffelaar onderzocht hoe de kwaliteit van de zorgrelatie tussen cliënt en zorgprofessional in de langdurige zorg: ouderenzorg, GGZ en gehandicaptenzorg in beeld kan worden gebracht en verbeterd vanuit het perspectief van de cliënt zelf. Het onderzoek toont aan dat een narratieve, participatieve benadering in alle drie de sectoren goed uitvoerbaar is en bruikbare uitkomsten oplevert voor kwaliteitsverbetering op team- en organisatieniveau.
Het bijzondere van Scheffelaars promotieonderzoek is dat cliënten zelf een centrale rol speelden: zij werden opgeleid tot mede-onderzoeker en namen interviews af bij andere cliënten. Daarnaast leverden zij actieve bijdragen aan het ontwikkelen van de meetinstrumenten zelf. Deze keuze sluit aan bij twee kernuitgangspunten van PNI: zeggenschap over de duiding leggen bij wie het verhaal vertelt, en het scheppen van een gelijkwaardig gesprek tussen leefwereld en systeemwereld.
Het promotieonderzoek leidde tot twee gevalideerde meetinstrumenten die het Nivel in mei 2019 publiceerde in de Toolbox Horen, Zien en Spreken (Triemstra, Scheffelaar & Bos, 2019):
Het Nivel beschrijft Luister naar mijn verhaal expliciet als gebaseerd op Participatory Narrative Inquiry (PNI), de methodische traditie die door Cynthia Kurtz in de Verenigde Staten is ontwikkeld en waar StoryConnect haar werkwijze mede op baseert.
PROGRAMMA
Het programma Waardigheid en trots voor de toekomst wordt door Vilans uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, als onderdeel van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). Het programma loopt sinds januari 2023.
In november 2023 publiceerde Vilans op het platform Waardigheid en trots het Overzicht onderbouwde verhalende methoden voor werken aan kwaliteitsverbetering (laatst bijgewerkt: november 2025). Dit overzicht in de praktijk vaak aangeduid als ‘de waaier’ brengt twaalf wetenschappelijk onderbouwde narratieve methoden samen, geordend in vier clusters: het verhaal van de cliënt centraal, verhalen delen in de driehoek, het beeldende verhaal en het groepsverhaal.
In cluster 4 (‘het groepsverhaal’) is de methode Luister naar mijn verhaal opgenomen. Vilans beschrijft deze methode op de tool-pagina expliciet als volgt:
“Luister naar mijn verhaal is ontwikkeld door het Nivel en gebaseerd op een onderzoeksmethode (Participatory Narrative Inquiry of PNI) uit de Verenigde Staten. De methode kan door een zorgorganisatie of cliëntenorganisatie zelfstandig worden uitgevoerd met behulp van een toolbox.” Vilans, Waardigheid en trots, Overzicht verhalende methoden (2023, bijgewerkt 2025). Dit is, voor zover bekend, de eerste keer dat PNI bij naam wordt genoemd in een door VWS gefinancierd, landelijk gehanteerd overzicht van methoden voor kwaliteitsverbetering in de langdurige zorg. Daarmee verschuift PNI in het Nederlandse veld van ‘alternatieve onderzoeksbenadering’ naar een door de sector erkende werkwijze.
Op de website van StoryConnect wordt deze positionering ook benoemd: de aanpak wordt expliciet erkend als zinvol in het sociaal domein door meerdere kennisorganisaties — het Nivel (zorg vanuit cliëntperspectief), Vilans (Waardigheid en trots). Deze verankering ondersteunt de claim dat de PNI-aanpak in Nederland niet langer alleen een academische methode is, maar ook een door de praktijk geadopteerde werkwijze.
De wetenschappelijke verankering van het werk van StoryConnect in Nederland is geen afgesloten dossier. Op dit moment is StoryConnect als methodische partner betrokken bij twee lopende promotietrajecten — één binnen Defensie en één binnen het domein pandemische paraatheid. Beide trajecten verbreden het toepassingsveld van PNI naar nieuwe sectoren, en versterken daarmee de wetenschappelijke toepasbaarheid en relevantie.
PROMOVENDA
<naam volgt> MSc — promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, ingebed in de Academische Werkplaats Defensie (samenwerking VU – Ministerie van Defensie). Begeleidingsteam: dr. L. Boskeljon-Horst (Defensie), dr. S. van Baarle (VU), dr. T. Wingelaar (Defensie) en prof. dr. Elco van Burg (VU).
Het onderzoek richt zich op restauratief reageren binnen operationele teams van de Mariniers: hoe kan een interventie worden ontwikkeld voor situaties waarin vertrouwen binnen een team is geschonden? De achterliggende ambitie is om herstel van vertrouwen niet als ‘zacht’ HR-thema te behandelen, maar als operationeel relevante competentie binnen een eenheid waar onderlinge afhankelijkheid en veiligheid centraal staan.
In het ontwerp van Heinis vormen micronarratieven, korte, concrete ervaringsverhalen verzameld via een PNI-vertelpunt de empirische basis. Het StoryConnect-platform wordt ingezet voor het gelijktijdig verzamelen van kwalitatieve verhalen en kwantitatieve metadata (onder andere emotion grid en frequentievragen), waarna duidingssessies de gezamenlijke betekenisgeving organiseren. De methode wordt ook overwogen als pre-/post-meetinstrument rondom de te ontwikkelen interventie.
Dit is het eerste promotieonderzoek waarin de StoryConnect werkwijze binnen een Nederlandse militaire context wordt toegepast. Het onderzoek levert daarmee zowel inhoudelijke kennis op over restauratief handelen in hiërarchische, hoog-risico-omgevingen, als methodologische kennis over de inzetbaarheid van PNI bij een kwetsbare en gesloten doelgroep. Bijzondere aandacht gaat uit naar databeveiliging, AVG-conformiteit en de positionering ten opzichte van bestaande deliberatie-instrumenten zoals Synthetron.
PROGRAMMACONTEXT
Project TALK — Pandemic research readiness by digital story capturing through connected Citizen Science Hubs. Ingediend bij ZonMw in het kader van de call Research Readiness voor pandemische paraatheid (oktober 2025). Penvoerders: Wageningen University & Research (Annemarie Wagemakers) en Habitus / ZelfOnderzoek Netwerk Nederland (Gaston Remmers). Consortium met onder andere RIVM, TNO, RadboudUMC, Universiteit Twente en NLZVE. StoryConnect treedt op als ingehuurde technische en methodische partij; de StoryConnect-infrastructuur vormt de kern van de onderzoeksmethodologie.
TALK beantwoordt de vraag hoe burgerperspectieven afkomstig uit patiënten- en burgernetwerken tijdens en tussen pandemieën in real-time kunnen worden opgehaald, geanalyseerd en teruggekoppeld aan onderzoekers en beleidsmakers. De aanname: beleidsmaatregelen die rusten op data én inzichten van burgers genieten meer publiek vertrouwen en zijn beter uitvoerbaar.
Binnen het TALK-consortium is StoryConnect methodische partner in de begeleiding. Het traject richt zich op het verbinden van bestaande Citizen Science-hubs aan patiënt- en burgerorganisaties via een StoryConnect-gebaseerde infrastructuur voor digitale verhalen, en op de vraag onder welke voorwaarden zo’n infrastructuur duurzaam kan worden ingebed in academische én civiele netwerken.
Het traject voegt twee elementen toe aan de bestaande PNI-literatuur. Ten eerste de schaalvraag: kan StoryConnect als infrastructuur over meerdere hubs en domeinen tegelijk worden ingezet, in plaats van projectmatig en lokaal? Ten tweede de paraatheidsvraag: kan een narratieve infrastructuur op standby staan, zodat zij bij het uitbreken van een pandemie binnen dagen operationeel is, in plaats van pas weken later? Dit zijn vragen die binnen de huidige PNI-literatuur nog niet zijn beantwoord.
Vier observaties tekenen zich af:
Schalkers, I. (2016). Quality of Paediatric Hospital Care — VU Research Portal
Volledige tekst proefschrift Schalkers (each-for-sick-children.org)
Schalkers e.a. — Health professionals’ perspectives, PubMed (2016)
Nivel — CaRe Award 2021 voor proefschrift Aukelien Scheffelaar
Nivel — Toolbox Horen, Zien en Spreken
Aukelien Scheffelaar — VU Research Portal
ZonMw — Horen, Zien en Spreken (projectresultaten)
Vilans / Waardigheid en trots — Overzicht onderbouwde verhalende methoden
Vilans — Waardigheid en trots voor de toekomst (programma)
StoryConnect — Wetenschappelijke positionering
ZonMw — Research Readiness voor pandemische paraatheid (call TALK)
VU — Vakgroep Ethics, Governance & Society / Academische Werkplaats Defensie
Zucchini, E., Carbon, M., Bosch, C. & Felloni, F. (2022). Evaluation through narratives: A practical case of Participatory Narrative Inquiry in women empowerment evaluation in Niger.
Hos, C., Tebbens, M. et al., UvA/ Immunowell Foundation e.a. (2024, Nutrients). Using Participatory Narrative Inquiry to Assess Experiences and Self-Experimentation with Diet Interventions in Inflammatory Bowel Disease Patients.
Myumbo, L.J. (2023). Importance of participatory narrative inquiry in sensitive research. Gepubliceerd in de Asian Journal of Social Sciences and Management Studies.
Workshop/onderzoeksrapport, OCAD University (2022). Participatory Narrative Inquiry: A methodology to understand complex systems and design interventions on multiple scales.