Van cockpit naar kazerne: wat micro-narratieven ons kunnen leren over leren – Marco Koning

Een blog over een project dat raakt aan iets wat ik goed ken en waar ik nog steeds veel waarde in zie.  

Er zijn van die vragen die je niet meteen beantwoordt. Die je even wegstopt, omdat je weet dat er iets in zit maar je nog niet precies weet wat. De vraag die aan de basis ligt van het promotieonderzoek van Bahar Heinis was voor mij zo’n vraag.

Bahar is als promovenda verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze doet onderzoek naar restauratief reageren en vertrouwen binnen operationele teams van de Mariniers. Haar onderzoek is geworteld in de Academische Werkplaats Defensie, een initiatief dat vanuit Defensie zelf is ontstaan, gedragen door mensen die al lang weten dat leren na actie meer vraagt dan rapportages en evaluatieformulieren. StoryConnect is gevraagd als methodische partner mee te denken over het narratieve deel van haar onderzoek.Dat is waarom ik dit schrijf. Niet als trekker van dit project, want dat is Bahar. Maar als iemand die er graag aan meewerkt.

Terug naar de briefingroom

Als vliegerpsycholoog bij de luchtmacht kende ik de cyclus van buiten: briefing, uitvoering, debriefing. Wat er daartússen zat, in de cockpit, in de missie, in het hoofd van de vlieger, dat was waar het eigenlijk over ging. Dat was ook waar ik me mee bezighield.

CRM speelde daarin een centrale rol. Crew Resource Management. Niet als checklist die je afvinkt, maar als een gedeelde taal voor de dingen die er echt toe doen: hoe lees je een situatie, hoe praat je erover als de druk oploopt, wat doe je als je ziet dat iemand de verkeerde afslag neemt. De kracht zat nooit in de theorie. Die kende toch iedereen. Het zat in het gesprek achteraf. In een debriefing die niet begon met de vraag wie er fout zat, maar met wat er werkelijk was gebeurd en hoe het was beleefd. Dat vroeg iets van mensen. En juist die kwetsbaarheid maakte het de moeite waard.

De menselijke kant van uitzendingen

Bij de begeleiding van uitzendingen werd dat allemaal een slag zwaarder. Een missie is geen oefening. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het verschil zit in de details: de vermoeidheid is van een andere soort, de inzet ook, en de verhalen die mensen meenemen zitten op een andere plek in het lijf.

Debriefing in die context was niet alleen een leerinstrument. Het was ook een moment van erkenning. Iets als: dit is er echt gebeurd, dit heeft iets met je gedaan, en dat telt. De evaluatietrajecten die daarvoor werden opgezet vroegen om een combinatie van methodische zorgvuldigheid en menselijke aandacht die niet altijd goed samengaat in een institutionele setting.

Want de spanning zit er altijd in. Wat je deelt in die ruimte, mag dat dan ook buiten die ruimte? Bij Defensie speelt die vraag anders dan bij een bedrijf. De hiërarchie is wat ze is. De operationele druk is reëel. En als het mis gaat, gaat het soms heel erg mis. Dat maakt de vraag naar veiligheid in een debriefsetting niet alleen een methodische kwestie. Het is een culturele. Bahars onderzoek pakt die vraag bij de kern.

Wat micro-narratieven toevoegen

Micro-narratieven zijn korte, gerichte verhalen over specifieke situaties. Wat er gebeurde, hoe iemand het ervoer, wat hij of zij deed. Ze zijn bescheiden van omvang maar bevatten iets wat in scorelijsten of evaluatieformulieren niet terugkomt: de textuur van de ervaring zelf.

In een After Action Review, de gestructureerde reflectie na een operatie of oefening, zijn ze een andere manier van kijken. Waar een klassieke AAR al snel vervalt in reconstructie van de feiten, nodigen micro-narratieven mensen uit tot iets anders: wat betekende dit voor jou, voor je team, voor de missie?

Neem een marinier die op een bepaald moment besluit een instructie niet op te volgen. In een debriefverslag staat dat ergens in een zin. In een micro-narratief beschrijft hij hoe hij de situatie las, waarom hij de keuze maakte die hij maakte, en wat het hem heeft gekost. Dat is andere informatie. Geen betere per se, maar andere. En het is precies die andere informatie die een organisatie nodig heeft als ze wil begrijpen hoe mensen beslissen onder druk, niet alleen wát ze beslisten. De kennis zit niet alleen in de uitkomst. Ze zit in de interpretatie die iemand aan het moment gaf.

Het onderzoek van Bahar

Het promotieonderzoek van Bahar Heinis richt zich op hoe vertrouwen en restauratief reageren werken binnen operationele Mariniersteams. De centrale vragen gaan over hoe teams leren van wat misgaat, hoe je een cultuur opbouwt waarin mensen eerlijk kunnen terugkijken zonder het gevoel te hebben dat hen dat later aangerekend wordt, en wat er daarvoor nodig is in een omgeving waar de inzet hoog is.

Micro-narratieven zijn daarin een van de instrumenten die ze inzet.

De Academische Werkplaats Defensie biedt het kader. De VU begeleidt het onderzoek vanuit de wetenschap. StoryConnect werkt mee aan de methodische invulling van het narratieve deel. Elk vanuit de eigen rol.

Waarom ik hier blij van word

Ik ken de stilte die valt na een moeilijke missie. Ik weet hoe het gaat als een debriefer precies de goede vraag stelt op het goede moment. Wat er dan kan loskomen. Die ervaring maakt me enthousiast over wat Bahar doet. Ze pakt iets aan wat al jaren speelt in dit soort omgevingen en wat tot nu toe zelden een goede methodische thuis heeft gevonden. Dat Defensie dit zelf heeft geïnitieerd, en dat zij het uitvoert, dat is niet vanzelfsprekend. Ik vind het mooi om dit van dichtbij mee te maken.

Meer weten over dit onderzoek of over de methodiek van micro-narratieven in debriefing en evaluatietrajecten? Neem gerust contact op.

 

Deel dit verhaal