Waarom verhalen ertoe doen
Bij StoryConnect begint het werk met luisteren. Verhalen verzamelen is één ding, maar het gaat ons om wat verder gaat: ruimte maken voor ervaringen, betekenis en wijsheid die al in de samenleving aanwezig zijn. Story listening noemen we dat. Vooral in tijden van crisis blijkt ervaringskennis vaak richting te geven, terwijl die kennis zonder zo’n proces ongezien blijft. Dit traject laat zien hoe dat in de praktijk uitpakt. Een eerste interview groeide uit tot een artikel, een hernieuwde ontmoeting, een co-designtraject met Wageningen University & Research (WUR) en uiteindelijk het project VERTEL.
Het begin: een interview
In 2024 sprak StoryConnect met onderzoekers van WUR en Mijn Data Onze Gezondheid (MD|OG) over de rol van narratief werken in crises. De boodschap was helder: verhalen tellen alleen als ze serieus worden genomen, dus als bron van kennis en niet als illustratie achteraf. Tijdens dat gesprek kwam de term nulde-lijn op tafel. Voordat de zorg en het wetenschappelijk onderzoek in actie komen, zoeken mensen zelf al naar betekenis. Ze observeren hun lichaam, vergelijken ervaringen met anderen, houden gegevens bij en trekken voorzichtige conclusies. Die ervaringskennis is fundamenteel, ook al wordt ze meestal niet geregistreerd. We deelden voorbeelden uit de coronaperiode: wat hielp mensen, waar liep beleid vast, welke initiatieven kwamen op uit gemeenschappen zelf.
Van inzicht naar artikel
De verkenning leidde in 2025 tot het rapport Burgerwetenschap voor pandemische paraatheid: kansen, randvoorwaarden en stappen vooruit. Een van de aanbevelingen was om te investeren in een verhalen-infrastructuur die ervaringskennis zichtbaar en werkbaar maakt. In dezelfde periode verscheen een wetenschappelijk artikel over de nulde-lijn, waarin zelfonderzoek en ervaringskennis een plek kregen naast de bestaande kennisvormen.
In beide publicaties komt Participatory Narrative Inquiry (PNI) terug als methodische ruggengraat. PNI werkt met micro-verhalen: kleine, concrete ervaringen waarbij de betekenisgeving bij de vertellers zelf blijft. Door veel van die verhalen samen te brengen worden patronen zichtbaar die anders niet opvallen. De inzichten gaan vervolgens terug naar de gemeenschappen waar de verhalen vandaan komen, zodat er een leerproces ontstaat dat blijft bewegen.
De vraag uit Wageningen
In de zomer van 2025 nam WUR opnieuw contact op. Ditmaal met de uitnodiging om mee te denken over een nieuw projectvoorstel binnen het ZonMw-programma voor pandemische paraatheid. De vraag was concreet: kan StoryConnect helpen om PNI in de praktijk te brengen? Vanaf dat moment ging het niet meer alleen om het delen van inzichten, maar over samen ontwerpen. Het rapport en het artikel hadden een gedeeld vocabulaire opgeleverd waarin PNI vanzelfsprekend was geworden.
Co-design en partnerschap
In het najaar van 2025 schoven WUR, MD|OG, RIVM, NLZVE (Nederland Zorgt Voor Elkaar), Universiteit Twente (DesignLab) en StoryConnect aan tafel voor een serie co-designsessies. We waren het er snel over eens dat dit project alleen kon werken als het wederkerig werd ingericht.
Geen top-down aanpak, maar co-creatie waarin elke partner zijn eigen rol en achterban houdt. De PNI-aanpak werd vertaald naar vier herkenbare stappen. Eerst worden verhalen opgehaald via laagdrempelige, veilige vormen van story listening. Daarna geven de vertellers er zelf betekenis aan, bijvoorbeeld via duidingsvragen. Vervolgens worden patronen zichtbaar over een groot aantal verhalen heen. Tot slot worden de inzichten teruggelegd bij de gemeenschappen, terwijl ze ook worden verbonden aan beleid en onderzoek.
Dit werd het hart van het project VERTEL (intern soms aangeduid als LALk/TALK). Niet het individuele verhaal staat centraal, maar het collectieve leerproces dat ontstaat als mensen samen luisteren, duiden en reflecteren. StoryConnect levert de techniek en methodiek die dit mogelijk maken: het platform, de werkvormen en de procedures voor terugkoppeling.
Wat dit betekent voor StoryConnect
Met de toekenning van de ZonMw-subsidie eind 2025 vielen de lijnen samen. Wat begon als een interview, groeide via een artikel uit tot een partnerschap waarin StoryConnect mede-ontwerper werd van een PNI-gedreven aanpak op nationale schaal.
Voor ons betekent dit traject dat PNI en story listening worden erkend als volwaardige manieren om kennis te ontwikkelen. Het verbindt onze praktijk structureel met wetenschap en beleid. En het brengt een verantwoordelijkheid mee die we serieus nemen: zorgen dat verhalen niet alleen worden opgehaald, maar dat de opbrengst ook teruggaat naar de mensen die ze hebben gedeeld.
Vooruitblik
VERTEL staat aan het begin. De komende jaren onderzoeken we samen met de partners hoe PNI kan helpen om maatschappelijke veerkracht te versterken. Niet alleen rondom pandemieën, ook rondom andere complexe vraagstukken waarin ervaring vaak het laatste is wat aan tafel komt. Voor wie hierin meedenkt of meedoet: er is ruimte. Dat is ook waar het werk van PNI uiteindelijk om draait. Verhalen worden gedeeld, samen geduid, vertaald in inzicht en weer teruggelegd in de praktijk. Zo blijft de cirkel zelf in beweging.


