De lakens uitdelen
‘Wat je doet, zie je uit het raam’
Het is niet het eerste waar je aan denkt bij de functie van Directeur Inkomen, een achtergrond in de verpleging. Toch is dat wat Renger na zijn middelbare school ging doen, werken als verpleegkundige in het Bronovo Ziekenhuis in Den Haag. Die beroepskeuze werd ingegeven door wat usance was in zijn familie; verschillende familieleden gingen hem voor. Bovendien was het in het streng gereformeerde milieu waarin hij opgroeide niet vanzelfsprekend om te gaan studeren. En op de middelbare school was hij ‘ook niet zo ambitieus’. Dat kwam pas later, na een aantal jaar jaar werken. Toen ontstond de behoefte zich verder te ontwikkelen en ging hij rechten studeren in Leiden. ‘Regels en recht en wat je daarmee kunt in de maatschappij heeft me altijd getrokken. Als verpleegkundige was ik geïnteresseerd in het recht van patiënten. Maar ook in onrecht.’ Vier jaar lang studeerde hij met groot plezier terwijl hij als nachthoofd werkte in een psychiatrisch ziekenhuis.

‘Het past bij de drijfveren die ik al in de gezondheidszorg had’
Na zijn afstuderen in bestuursrecht en strafrecht ging Renger werken bij de Immigratie – en Naturalisatie Dienst (IND). Aanvankelijk als procesvertegenwoordiger, maar doordat hij als leidinggevende in de verpleging had geleerd wat goed organiseren was, groeide hij snel door naar leidinggevende en directiefuncties. Het leeuwendeel van zijn tijd bij de IND was hij Directeur Asiel. In 2015-2016 leidde hij in die rol de operationele uitvoering van de asielopvang.
Overstap naar de gemeente Amsterdam
Ingegeven door behoefte aan verandering onderzocht Renger daarna of hij bij een grote gemeente aan de slag kon, al vreesde hij aanvankelijk dat er vooral veel ‘geneuzel over stoeptegels’ zou zijn. Het bleek een vooroordeel. ‘Ook in de rol van directeur, is de nabijheid van de opgave groot: wat je doet, zie je uit het raam.’ Dat moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, maar onwillekeurig werp ik een blik naar buiten. We zitten op de vijfde verdieping van het gemeentehuis. Een majestueus uitzicht over het centrum van de stad heb je hier. Om Amsterdammers te vragen wat de gemeente zoal voor ze doet, zul je toch naar beneden en de deur uit moeten.
Sinds 2018 werkt Renger voor de gemeente Amsterdam in zijn huidige functie. ‘Het past bij de drijfveren die ik al in de gezondheidszorg had.’ Zijn opdracht: het verstrekken van bijstandsuitkeringen, het bestrijden van armoede en het voorkomen en oplossen van schulden.
Genereuze stad
Onlangs was in het nieuws dat er veel basisschoolkinderen zijn die niet goed zien en die desondanks geen bril hebben omdat ouders die niet kunnen betalen. Ligt daar een taak voor de gemeente? Renger beaamt dat ze met zulke kwesties te maken hebben en daar oplossingen voor proberen te vinden. ‘Er zijn best veel mensen die voor dit soort dingen bij ons aankloppen.’
Amsterdam is een linkse stad, die pal staat voor kwetsbare groepen. Renger is trots op wat ze doen. Soms is dat meer dan wat onder de formele taak valt. Zoals voedselhulp verlenen aan mensen zonder documenten. ‘In Amsterdam wonen heel veel mensen die hier volgens de IND-regels niet mogen zijn. Ze hebben geen vergunning, geen verblijfsrecht. Maar ze wonen hier, ze werken hier, soms al heel lang. Tijdens de coronapandemie kregen zij het heel moeilijk. Zo werden vrouwen die als nanny werkten ineens weggestuurd. De gemeente heeft toen tienduizenden mensen geholpen met voedselondersteuning. Dat was geen wettelijke verplichting maar een bewuste keuze.’

Het geldt ook voor de armoedebestrijding; waar het rijk 120% van het wettelijk minimumloon voorschrijft voor ondersteuning, hanteert Amsterdam voor veel regelingen, vooral kindregelingen, 150%. En statushouders krijgen niet alleen een woning, maar ook ruime middelen om die in te richten, zodat ze echt een goede start kunnen maken. ‘Je kan zeggen: “Red je maar, je mag hier blijven, wees blij,” maar je kunt ook zorgen dat mensen door degelijke steun in de rug goede burgers van je stad kunnen worden.’
Buurtteam Amsterdam
Wat is Rengers rol geweest bij de totstandkoming van Buurtteam Amsterdam, specifieker, bij de opdrachtverlening aan Buurtteam Amsterdam?
Hij was medeopdrachtgever voor de contractering van Buurtteam Amsterdam*, samen met de Directeur Zorg. Rengers rol bestond uit het formuleren van de startopdracht voor de transitie van een scala aan zorgpartijen naar één centrale en toegankelijke organisatie. Ook het bij elkaar brengen van schuldhulpverlening (Rengers primaire verantwoordelijkheid) en zorg was daarbij een belangrijk aandachtspunt.
*De buurteams startten uiteindelijk in 2021.

‘In de contractering is het heel erg zoeken geweest. Aanvankelijk hadden we ingezet op een brede aanbesteding maar uiteindelijk hebben we een u-turn gemaakt naar een subsidieverlening waarbij maatschappelijke dienstverleners die al schuldhulpverlening deden, de ruggengraat werden van de buurteams. Ik denk dat dat een goede keuze is geweest, omdat het om partijen ging die al heel goed gegrond waren in de stadsdelen. Maar de zorgorganisaties moesten daarbij aansluiten. Dat is best een ingewikkeld proces geweest. Ik zie nu dat er steeds meer conform de opdracht wordt gewerkt. De buurtteams hebben echt een goed start gemaakt.’
Halverwege de opdracht en verder
In de opdracht aan de buurtteams was vastgesteld dat er halverwege geëvalueerd zou worden. StoryConnect heeft voorgesteld dat de gemeente sámen met Buurtteam Amsterdam opdracht voor het onderzoek zou geven om te benadrukken dat het om het leerproces van beide partijen gaat bij dit project. Dat bleek een goede zet. ‘Als gemeente lopen wij toch een beetje op kousenvoeten in relatie met de buurteams. Het is zoeken wat je rol is als opdrachtgever, en als partner, want je bent het allebei. We hebben een aantal sessies gehad waarin we samen met buurtteamdirecteuren teruggekeken hebben, én jaren vooruit, elkaars rollen hebben bevraagd, ongemakken hebben benoemd. Zo was de gemeente bijvoorbeeld te directief bij het invoeren van één ICT-systeem. Buurtteam Amsterdam is echt een “brand” geworden. Dat is heel goed. Tegelijkertijd is het in de hectiek van alle opdrachten ook moeilijk om verder te komen, bijvoorbeeld als je kijkt naar de nieuwe opdracht voor de Kinderopvangtoeslag, waarin de buurtteams een grote rol hebben.’

Om de hoek
Er is nu een hoofdlijnenbesluit mede gebaseerd op het onderzoek Halverwege de opdracht. Daarin is ook meegenomen welke ontwikkeling de gemeente samen met de buurtteams willen maken. Een van de belangrijkste vragen daarbij is wat er op Amsterdam afkomt – een verregaande vergrijzing bijvoorbeeld – en wat dat voor de buurtteams zou kunnen betekenen. Zo moet er meer ouderenbeleid ontwikkeld worden, verankerd in “de sociale basis’’, en ook de jeugdzorg vraagt veel aandacht. Daarbij is het vertrekpunt dat problemen liefst zo dicht mogelijk bij huis aangepakt worden. Voor buurthuizen, die de afgelopen jaren juist zijn wegbezuinigd, zou daar een serieuze taak kunnen liggen. Op die manier zou er mogelijk minder een beroep gedaan hoeven worden op professionele hulp die niet onbeperkt beschikbaar is. ‘Als eenzame oudere ben je waarschijnlijk meer geholpen met deelname aan een kookclub in het wijkcentrum om om de hoek dan met een wekelijks gesprekje van een sociaal raadsman- of vrouw.’

De buurtteams hebben een generalistische taak, het streven is om minder bewoners te medicaliseren, maar zij kunnen natuurlijk ook niet iedereen eindeloos bedienen. Dat vereist duidelijke afbakening: wanneer doe je een beroep op specialistische zorg en wanneer niet? Voor de organisatorische kant geldt dat de buurtteams nog uniformer moeten gaan werken.
Het hoofdlijnenbesluit vormt de basis voor de nieuwe opdracht aan Buurtteam Amsterdam voor de volgende contractperiode. Die zal ingaan op 1 januari 2028, een jaar later dan gepland, juist om bovengenoemde zaken eerst verder te kunnen uitwerken.
Keuze voor narratief participatief onderzoek
Op mijn vraag waarom de gemeente voor narratief onderzoek heeft gekozen halverwege de opdracht van Buurtteam Amsterdam antwoordt Renger met een wedervraag: ‘Hoe had je het anders moeten doen? Ik denk dat we op deze manier een zo breed mogelijk beeld hebben gekregen. Het alternatief was geweest dat het onderzoek door de gemeente was geleid, veel meer geregisseerd. Dan had je een onderzoek en een uitkomst gekregen waarvoor waarschijnlijk minder draagvlak was geweest. Dan was er gevraagd waarom Amsterdammer niet gehoord waren. Of was er geconcludeerd: “Dit is het narratief van de gemeente.” Dat hebben we willen voorkomen, juist om dat dat idee toch leeft. Zeker bij bestuurders van de buurtteams.’*
Ondertussen pingelen de apparaten van Renger er lustig op los. Dacht hij ongestoord te kunnen praten, probeert de stad toch zijn aandacht op te eisen.
*Medewerkers van de buurtteams, bewoners en organisaties die met de buurtteams samenwerken hebben voor dit onderzoek hun verhalen gedeeld.


‘De stad heeft goud in handen’
Bij de oplevering van de resultaten van het onderzoek in maart ’25 constateerde Renger dat de stad ‘goud in handen’ heeft. Betrof dat de uitkomsten of het proces?
‘Ik was best tevreden over de ervaringen van bewoners, en partners, en de gemeente met de start van de buurtteams. Maar wat voor mij aan het eind van de dag geldt, is het resultaat; wat heeft de Amsterdammer eraan? Amsterdam is een rijke stad met veel bewoners die goed voor zichzelf kunnen zorgen. Maar er zijn zo’n 150.000 Amsterdammers die écht hulp kunnen gebruiken en ik denk dat we met de buurtteams een sterke basis hebben gelegd om die te bieden.’
Zo waren er, toen Renger aantrad in zijn huidige functie zo’n 20.000 zogeheten vroegsignaleringen van mensen met schulden. Nu zijn dat er 60.000. ‘Aan de ene kant is dat zorgelijk, dat er zoveel mensen met schulden zijn, problematische schulden meestal ook. Aan de andere kant is het verheugend dat die mensen de buurtteams weten te vinden en er voor hulp aankloppen. En die zijn echt in staat oplossingen te bieden. Dat is succesvol, dat er zoveel mensen bereikt worden. En door de vroegsignaleringen zijn er ook veel minder ontruimingen, als je de wietplantages buiten beschouwing laat.’
Vervolg
Renger kan zich goed voorstellen dat narratief onderzoek breder ingezet kan worden. ‘We onderzoeken veel vraagstukken vanuit de vragen die bestuurders hebben. Dat zijn geen slechte vragen, maar het is een beperkt perspectief. Breed de vraag stellen, op zoek gaan naar het brede verhaal, en vooral Amsterdammers daarin meenemen, dat zouden we veel vaker kunnen doen.’
Dat dat nog te weinig gebeurt, komt onder meer omdat dit soort onderzoek intensief is. ‘En het is geen top of mind. We zijn toch op een bepaalde manier gebakken. Wij, bestuurders en ik als directeur, willen bepalen wat volgende stappen zijn, willen verder, dat zit toch in ons DNA. In plaats van te denken: het is leuk dat ík een beeld heb, maar wat wil die Amsterdammer, wat vindt de brede stad eigenlijk?’

Een interview met Renger Visser, Directeur Inkomen bij de gemeente Amsterdam
Een initiatief van StoryConnect
Tekst: Dorothée Albers
Fotografie: Lieke Zengerink van Authentique


