‘Beschaving gaat over de manier waarop je omgaat met de meest kwetsbaren’
‘We zijn er echt voor iedereen. Dat is gewoon gelukt’
We ontmoeten Nynke op de Kloveniersburgwal no. 43 waar Buurtteam Amsterdam Centrum zetelt in een grachtenpand uit begin 1700. De hoge hal die met marmer bekleed is, de monumentale houten trap, de oudhollandse tegeltjes op de muur in het trappenhuis naar de tweede verdieping ademen een sfeer van vervlogen tijden. Dat dit kantoor onder beheer van Monumentenzorg valt laat zich raden. Centram, de uitvoeringsorganisatie van Buurtteam Amsterdam Centrum huurt dit pand van het Vermogensfonds van de familie Blankenberg, die in 1871 de eerste organisatie voor maatschappelijk werk oprichtte: Liefdadigheid naar Vermogen.

Dit genootschap moderniseerde de armenzorg in Nederland en legde de basis voor het nieuwe beroep van maatschappelijk werk, vermeldt de historische paragraaf op de website. Dat Buurtteam Amsterdam voortborduurt op dat wat zo lang geleden geïnitieerd is, is in deze werkomgeving tastbaar; de oorkondes voor vrijwilligers uit 1902 en de informatieve affiches van Buurtteam Amsterdam hangen zij aan zij.
Al voordat Buurtteam Amsterdam een feit was, was Nynke betrokken bij de voorbereiding. Toen in 2015 de decentralisatie van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning), de Participatiewet en de Jeugdwet werden ingevoerd, was het idee van de gemeente Amsterdam dat in netwerken te organiseren. ‘Daar waren zoveel professionals bij betrokken’, vertelt Nynke, ‘dat was niet te doen. Uiteindelijk besloot de gemeente over te gaan naar buurtteams en heb ik in het co-creatieteam meegedacht over de vraag hoe dat dan zou moeten.’

In het centrum van de stad zou de organisatie voor maatschappelijk werk de kern blijven vormen voor de buurtteamopdracht en daar kwam een aanvullende opdracht voor ambulante zorg bij. Dat betekende niet alleen dat de aard van het werk van die kernorganisatie veranderde, maar ook dat de organisatie verdubbelde in omvang. ‘Én het was Corona. Mensen zagen elkaar alleen via het scherm.’
‘Het is heel knap dat we onder ingewikkelde omstandigheden een nieuwe organisatie van de grond hebben weten te tillen’
‘Toen we begonnen hadden we in één week een verdubbeling van het aantal aanmeldingen. Omdat ik bij de voorbereiding was betrokken had ik dat zien aankomen. We zijn met een iets boventallig aantal medewerkers gestart en daardoor niet vastgelopen. Het is heel knap dat we onder ingewikkelde omstandigheden een nieuwe organisatie van de grond hebben weten te tillen.’


Generalisten met expertise
Bestaande teams en nieuwe medewerkers werden van meet af aan ‘door elkaar gehusseld’. Alle werknemers moesten buurteammedewerker worden, moesten een nieuwe identiteit krijgen. Nynke is er steeds meer van overtuigd geraakt dat je het generalistische karakter van het werk moet bewaken. ‘Medewerkers zijn er ook steeds trotser op om generalist te zijn, dat ze problematiek van buurtbewoners in een breed perspectief kunnen plaatsen. Iemand die schulden heeft bijvoorbeeld, zit doorgaans voor de rest ook niet prima in zijn vel. Wat echt goed gelukt is, is dat we veel mensen bereiken in de wijk, we zijn er écht voor iedereen.’
Het neemt niet weg dat het werk uitdagend is. Er zijn geen huizen, er zijn wachtlijsten en de populatie vergrijst sterk in het centrum. Dat is een mooi potentieel aan leuke vrijwilligers, maar het is ook een grote groep die bovengemiddelde aandacht behoeft.

Buurtteam Amsterdam als merk
Centram is een van de zes uitvoeringsorganisaties voor Buurtteam Amsterdam die in zeven stadsdelen operationeel zijn. Het streven is dat alle organisaties in de verschillende stadsdelen dezelfde communicatie voeren, uniforme werkprocessen hanteren, en op dezelfde manier indiceren. Ook het opleiden van medewerkers is een gedeelde functie. Er is een Stedelijk Programmateam dat deze taken coördineert en daarnaast is er een Stedelijk Directie Overleg waar Nynke aan deelneemt, en een Stedelijk Management Overleg. Er zijn twee vakgroepen ‘Bestaanszekerheid’ en ‘Zorg’ en daarnaast kenniswerkplaatsen rondom doelgroepen.
‘Allemaal peilers waarin we met elkaar optrekken. Dat is ingewikkeld, het gaat niet vanzelf. Af en toe is er echt wel een heidag nodig om die samenwerking te voeden. En tegelijkertijd is wat wij doen in het centrum echt anders dan het werk van de collega’s in zuidoost. Want de wijk is anders, de populatie is anders en de partners zijn anders. Om die reden is het ook goed, vind ik, dat elk stadsdeel wordt aangestuurd door een organisatie die geworteld is in de wijk.’
‘Zo hebben wij in het centrum bijvoorbeeld meer straatdaklozen, in zuidoost zijn dat meer gezinnen. Dan verschilt je aanpak. Je probeert samen kwaliteitseisen aan het werk te stellen en tegelijkertijd maak je de uitvoering in de wijk op maat. Je probeert het beste van twee werelden te combineren.’

Van praktijk naar beleid
Voordat Nynke bij Buurtteam Amsterdam kwam, werkte ze bij de Regenbooggroep. Ze ervaart het als een groot voordeel dat ze de praktijk kent. ‘Ik ben bijvoorbeeld betrokken geweest bij het zogeheten Maatjesproject, voor mensen die schulden hadden bij de Belastingdienst. Toen er destijds aangenomen werd dat die mensen fraude hadden gepleegd, heb ik gedacht: fraude, fraude, ze hebben een foutje gemaakt. Het bleek uiteindelijk een systeemfout. Op het moment dat de toeslagenaffaire een feit was, dacht ik: ik wist het.’
Ze heeft ervan geleerd dat je heel goed moet luisteren naar de mensen die in de praktijk werken, want zij zien als eerste waar het systeem faalt, het zijn ‘de kanaries in de kolenmijn’.
Nynke studeerde zowel politicologie als antropologie. Dat maakt dat ze de bestuurders met wie ze werkt soms als ‘een soort stam’ kan beschouwen. Ze kan uitzoomen en kritisch bekijken of (beleids)-veranderingen behalve goed voor het systeem ook goed zijn voor de mensen met wie ze werkt. ‘Door maatschappelijke problemen zijn er best drastische transformaties nodig. Zo is het streven om minder mensen te medicaliseren, minder te verwijzen naar de GGZ. Dat betekent een extra belasting voor de buurtteams en die komen al om in het werk. En voor GGZ-instellingen kan dat ook gevolgen hebben, die moeten dan misschien wel gaan krimpen.’
Mensen die ze heel inspirerend vindt durven zulke veranderingen met moed aan te gaan. Die doorzien dat het op de korte termijn misschien pijn doet, maar op de lange baan veel oplevert.


Van buitenland naar binnenland
Nynke werkte voor ontwikkelingssamenwerking toen een vriendin (journalist en schrijver Sanne Roosenboom) destijds correspondent in Londen, terug naar Nederland kwam. Zij redeneerde: op de binnenland-pagina kan ik toch beter inschatten of wat ik schrijf ertoe doet. ’Ik wilde ook naar “de binnenlandpagina”, lacht Nynke, ‘ik wilde weten of wat ik deed effect had en als ik bij ontwikkelings-samenwerking bleef, dan wist ik dat niet zo goed. Toen ben ik overgestapt naar het sociale domein. Ik wilde altijd iets maatschappelijks doen, nooit iets commercieels. Ik vind dat iedereen een stem verdient, dat iedereen het verdient om gehoord te worden. Daar wil ik me voor inzetten. De mate van beschaving gaat over de manier waarop je omgaat met de meest kwetsbaren.’
Onderzoek Halverwege
Vereiste van de gemeente Amsterdam was dat halverwege de looptijd van de contractperiode een evaluatie zou plaatsvinden.
Werkt het, het ondersteunen van Amsterdammers via de buurtteams, en hoe kan de organisatie doorontwikkelen? Dat waren de belangrijkste vragen. Er is narratief onderzoek uitgevoerd door StoryConnect en Meetellen, en het Centrum voor cliëntervaringen.
‘Ik ben antropoloog’, zegt Nynke, ‘ik geloof in kwalitatief onderzoek en in verhalen. Cijfers alleen, die zijn bijna gevaarlijk. Als je het verhaal erachter niet laat zien, dan kunnen ze een verkeerd beeld geven. Toch had ik aanvankelijk behoorlijk wat reserves. Ik dacht: wat gaan ze doen?
Het hangt er bij zo’n onderzoek zo vanaf wat je vraagt, met wie je gaat praten, en hoe je dat methodisch aanpakt. En bovendien, het vroeg nogal wat van mijn mensen en die hadden al het nodige op hun bord. Maar er was veel overleg van tevoren, ik ben uiteindelijk overtuigd. Vooral de duidingsessies vond ik erg mooi. Het was heel fijn dat mensen in een open gesprek konden vertellen wat ze vinden.
Het is niet altijd leuk om dat te horen. Bijvoorbeeld dat er nog verschillen tussen de organisaties van Buurtteam Amsterdam bestaan. Ik denk dan: we zijn toch heel hard bezig. Je moest eens weten waar we vier jaar geleden stonden. Maar het is heel fijn als de sfeer zo goed is, dat het besproken kan worden.’

Verschillende perspectieven zijn belicht op basis van open vragen. Er zijn verhalen opgehaald bij Amsterdammers, samenwerkingspartners en medewerkers van Buurtteam Amsterdam.
’Dat heeft een gewogen resultaat opgeleverd dat heel herkenbaar was. Dat de organisaties in de verschillende stadsdelen nog meer moeten harmoniseren, dus. En dat er een spanningsveld bestaat tussen generalistisch en specialistisch werk. Hoe je daarmee moet omgaan, dat blijft de grote uitdaging: hoe doe je dat generalistisch werk goed terwijl de maatschappelijke context zo complex is en het systeem zo onder druk staat.’
Anders gezegd: soms lukt het niet om er voor iedereen te zijn al wil je dat nog zo graag. Illustratief is het geval van een zwangere vrouw met ernstige PTSS die in paniek de huur had opgezegd. Een paar weken later was ze samen met haar pasgeboren baby dakloos. ‘Zo iemand wil dan dat er een huis voor haar geregeld wordt, maar dat is er simpelweg niet. En er is ook weinig opvang. Dat zijn hele complexe casussen.’
‘Ik vind het
belangrijk om oordeelloos te ondersteunen’– Nynke Vlieger

De vraag hoe het komt dat het leven voor veel mensen complexer is geworden, is niet eenvoudig te beantwoorden. Maar als Nynke ‘de dominee in zichzelf’ aan het woord laat, dan constateert ze dat het óók komt ‘omdat we in zijn algemeenheid minder verdragen. We zijn verleerd om voor elkaar en voor onszelf te zorgen, om verantwoordelijkheid te nemen. We verwachten soms te snel dat anderen de problemen wel voor ons fixen. Bij de buurtteams kunnen we niet alles voor iedereen oplossen, maar we kunnen wel het gesprek erover aangaan.’
Minister van oplossingen
Hoewel vriendin Sanne Roosenboom Nynke een paar jaar geleden voordroeg als ‘minister van oplossingen’ uit bewondering voor het werk dat ze doet bij Buurtteam Amsterdam, is Nynke zeer zeker niet van plan de overstap naar de landelijke politiek te maken. Ze zat ooit in de deelraad, wat ze heel leerzaam vond, maar ze vindt zichzelf te compromisloos voor de politiek.
‘Ik vind soms dat dingen gewoon goed moeten en dan vind ik het best ingewikkeld daarop in te moeten boeten. Je moet natuurlijk altijd wel ergens wat inleveren, maar je bent in elk geval dichter bij de mensen hier, dan in Den Haag, om te zien of wat je doet, werkt. En wat wij doen is echt heel belangrijk. Bestaanszekerheid en in verbinding staan met andere mensen is het allerbelangrijkst voor een goed en gezond leven.’

Interview met Nynke Vlieger, directeur van Buurtteam Amsterdam Centrum
Een initiatief van StoryConnect
Tekst: Dorothée Albers
Fotografie: Lieke Zengerink van Authentique


