StoryMethods

Delen van en werken met narratieven voor een zinvol resultaat

Het delen van ervaringen en ermee werken is de basis van het StoryConnect cPNI raamwerk. Voor iedere stap daarvan zijn er generieke werkvormen:

  • Voor het delen van ervaringen zijn er individuele werkvormen als StoryObservation en StoryInterview, en werkvormen voor groepen zoals de StoryCircle. Er zijn ook meer onderzoek-gebaseerde werkwvormen als StoryGleaning, en op sociale media gerichte werkvormen zoals de StoryCampaign.
  • Voor het werken met ervaringen zijn er alleen werkvormen voor groepen omdat betekenisgeving moet plaatsvinden vanuit meerdere perspectieven tijdens het samen werken aan bijvoorbeeld een StoryTimeLine of StoryLandscape.

Hieronder staan de werkvormen die wij toepassen. Er zijn er echter veel meer. Dat is goed omdat de generieke vormen voor speciale doelgroepen als bijvoorbeeld mensen met een beperking niet bruikbaar zijn. Daarvoor bestaan speciale werkvormen en werken wij samen met partners die gespecialiseerd zijn in inclusie en zeggenschap. De ervaringen die via andere werkvormen verzameld zijn kunnen gewoon meegenomen worden in het algemene StoryConnect raamwerk.

Werkvormen voor delen

Er zijn vele werkvormen om het delen van ervaringen te organiseren of stimuleren. Hieronder staan de werkvormen die wij gebruiken en trainen via de StoryAcademy.

StoryGleaning

Inleiding

Het is altijd beter om ervaringen uit de eerste hand te horen, maar soms kan dat niet omdat mensen niet (meer) aanspreekbaar zijn. StoryGleaning is dan de eenvoudigste manier om ervaringen te verkrijgen voor verder gebruik. Eenvoudig omdat er geen deelnemers nodig zijn. StoryGleaning is het zoeken van en in narratieve bronnen: archieven, documenten, verslagen, websites, nieuwssites, kranten, blogs, enzovoort.

Doel

StoryGleaning kan worden toegepast voor historisch onderzoek, maar ook om materiaal te verzamelen voor een project of het ontwerpen van een StoryForm of StoryPoint.

Duur

Dat varieert sterk. Een paar uur online zoeken kan al een schat aan ervaringen opleveren. En maanden in een archief spitten kan een grote teleurstelling opleveren. Andersom komt ook voor.

Werkwijze

De gevolgde werkwijze is heel persoonlijk. Toch een aantal aanwijzingen:

  • Bepaal goed welk soort narratieven je zoekt. Waar moeten ze over gaan, waarover niet.
  • Van wie wil je narratieven, welke spelers of perspectieven heb je nodig.
  • Wat is je doel? Hoeveel narratieven heb je daarvoor nodig en welke kwaliteit.
  • Welke kwaliteit streef je na? Gaat het om echte ruwe ervaringen of zijn meer gepolijste narratieven ook nuttig?

Tenslotte, zoek actief naar mogelijkheden om via andere Story methoden narratieven te verkrijgen voor je project. Via Sociale media als LinkedIn, Facebook of Twitter. Of video’s op YouTube of (TED) lezingen. Wellicht zijn er chatrooms of forums.

Effect

Dit bepaal je zelf. Het is verstandig om te streven naar minimaal enkele tientallen narratieven vanuit de verschillende perspectieven die betrokken zijn bij je project.

Deelnemers

Je kunt StoryGleaning alleen doen, maar het is veel leuker én nuttiger met een team. Als vuistregel kun je beter met 4 mensen een dagdeel zoeken en onderzoeken dan dat je zelf 2 dagen aan de slag gaat.

Training

StoryGleaning is niet moeilijk en er bestaat geen aparte training voor. Oefenen is echter wel een goed idee. StoryGleaning kan wel een onderdeel zijn van een grotere training van de StoryConnect Acedemy. Bijvoorbeeld in een FlashConnect PNI training waar vanwege het gekozen onderwerp het niet of heel lastig is mensen zelf hierover te spreken. Denk bijvoorbeeld aan ervaringen over oorlogssituaties of zeer internationale onderwerpen.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
StoryObservation

Inleiding

StoryObservation – ook wel Narrative Incident Reports genoemd – is het verzamelen van ervaringen via participatief of minimaal observatief onderzoek. Het grote verschil met alle andere StoryMethoden is dat je mensen niet vraagt om ervaringen te delen maar om ervaringen te zien gebeuren. StoryObservation doe je alleen of in een duo en altijd op de achtergrond. Daarmee is StoryObservation zowel kleiner qua omvang als dichter op de praktijk dan StorySwarms.

Doel

StoryObservation is geschikt als oriëntatie bij de start van een project, voor het verzamelen van eerste ervaringen en natuurlijk ook als hoofdmethodiek. StoryObservation is een geschikte methode als het nodig is om mee te lopen met mensen uit de praktijk of als interviews en andere methoden voor het delen van ervaringen niet mogelijk zijn. StoryObservation kan heel effectief zijn, maar is ook relatief duur.

Duur

Dat varieert sterk. Een paar uur meelopen in de praktijk of een paar uur observeren op straat of in een kantine kan al veel nuttige informatie opleveren. StoryObservation is natuurlijk sterk verwant aan wat veiligheidsdiensten en geheime diensten doen. Maandenlange observatie is daar geen uitzondering.

Werkwijze

Hierover is niets te zeggen in algemene zin. Behalve:

  • Zorg voor een uitstekende voorbereiding. Qua afspraken, maar ook qua kleding en eten. Kom niet voor verrassingen te staan. Gevaar kan loeren aan alle kanten.
  • Observeren is observeren, niet meedoen tenzij dat is afgesproken of wordt gevraagd.
  • Blijf op de achtergrond, speel “fly on the wall”, dan leer en hoor je het meest.
  • Heb geduld. VEEL geduld. En blijf alert. Soms gebeurd er uren niets en dan plots meer dan je kunt verwerken.
  • Let extra scherp op als de mensen die je observeert het druk hebben. Dan zie je het meest puur hoe het echt gaat.
  • Wees betrouwbaar. Ga niet breed rondvertellen wat je hebt gezien of hebt meegemaakt. Respecteer de privacy.
  • Gebruik pauzes en andere rustmomenten niet om veel vragen te stellen. Gun mensen hun pauze.
  • Vraag vooraf of je na afloop nog een aantal dingen mag vragen of even kunt nabeschouwen. Dat is prettig voor iedereen.

Effect

Bij StoryObservation moet je sterk rekening houden met het Hawthorne Effect. Het effect dat je aanwezigheid ervoor zorgt dat zaken vaak anders gaan dan normaal. Als je het goed doet kun je dingen zien, meemaken of leren die je op geen enkele andere wijze kunt verkrijgen.

Deelnemers

StoryObservation is zeer geschikt voor operationele omgevingen. In de zorg, bij de politie, onderhoudsdiensten. Maar ook om de cultuur van een organisatie in kaart te brengen. Het is ideaal om under cover een paar dagen mee te draaien. Gewoon als invalkracht in de productie of vergelijkbaar. Is ook veel leuker dan dagen op een stoel in de hoek of gang zitten.

Training

StoryObservation vergt geen oefening, maar wel een houding en een alertheid. Indien gewenst kan observeren onderdeel zijn van een StoryConnect Academy training. Informeer naar de mogelijkheden.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
StoryInterview

Inleiding

Een StoryInterview is een één-op-één gesprek met een ervaringsdeskundige, expert of professional die veel weet over het onderwerp en/of er veel ervaringen over kan delen of verhalen over kan vertellen.

Doel

StoryInterviews werken vrij goed met ervaringsdeskundigen, maar zijn lastiger met experts of professionals. Met name als het gaat om het delen van ruwe ervaringen. Mensen met status delen die nu eenmaal minder snel.

Het hangt dus sterk af van de vaardigheden van de interviewer hoe zinvol het resultaat is. Goed kunnen luisteren en zetjes (nudges) geven die de geïnterviewde kunnen verleiden tot het delen van echte ruwe ervaringen zijn uiteraard basis-vaardigheden.

In het algemeen zijn ervaringen die gedeeld worden in interviews minder rijk en diep dan ervaringen gedeeld in groepsverband. Dit geldt ook voor kinderen.

Duur

Dat varieert sterk. Van “samen in de lift” voor een top-expert, tot een paar dagen gesprekken voor zeer waardevolle en schaarse ervaringsdeskundigen. Soms is de StoryObservation werkwijze een goed alternatief. Een paar dagen meelopen met een expert of team geeft vaak meer inzicht en toegang tot ruwe ervaringen dan een interview.

Werkwijze

De gevolgde is hetzelfde als voor ieder ander interview:

  • Selecteer geïnterviewden.
  • Maak een afspraak.
  • Bereidt je voor. Maak een interviewscript.
  • Oefen je vragen.
  • Check je opname-materiaal.
  • Start het interview.

Tenslotte, zorg voor variëteit in je interviewscipt. Zorg dat je meer vragen hebt dan je kunt stellen. Zorg dat je verschillende manieren van bevragen hebt. Zorg dat je vooraf je prioriteiten hebt bepaald. Mensen met status hebben vaak weinig tijd en kunnen zomaar halverwege het interview afhaken of weggeroepen worden.

Effect

Dit kan sterk verschillen. Sommigen geïnterviewden raken geïrriteerd als je teveel aanstuurt op het delen van echte ruwe ervaringen. Zij blijven in hun expert modus. Anderen kunnen geheel op hun praatstoel belanden en dermate lange ervaringen delen dat je je prioriteiten niet haalt.

Deelnemers

Ervaringsdeskundigen, expert en professionals.

Training

Het goed uitvoeren van een StoryInterview is lastig en alleen via oefening te leren. Natuurlijk heeft de een meer talent dan de ander. StoryInterviews kunnen als een onderdeel van een grotere training van de StoryConnect Acedemy wel geoefend worden. Bijvoorbeeld in een FlashConnect PNI training waar het vanwege de geselecteerde vertelgroep nodig is ervaringen van professionals of expert te verkrijgen. In zo’n geval is bijvoorbeeld de kantine van een ziekenhuis een prima plek om artsen en andere specialisten te ontmoeten en tijdens lunch of diner te interviewen over bijvoorbeeld aan ervaringen met patiënten of bepaalde aandoeningen..

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
StoryGroup

Inleiding

StoryGroup is de verzamelnaam voor één-op-veel gesprekken waarin de StoryWorker de rol van interviewer heeft. Een StoryGroup is daarmee gestructureerder dan bijvoorbeeld de StoryCircle.

Doel

StoryGroups werken vrij goed mensen met hoge status, mensen met lage of heel lage zonder status, kinderen en ouderen. De reden is dat deze groepen vaak niet goed omgaan of moeite hebben met het opvolgen van aanwijzingen voor het uitvoeren van taken.

Andere groepen met “normale mensen” – denk aan werknemers of verpleegsters of buurtbewoners – hebben vaak minder moeite met het uitvoeren aan taken. Voor hen is de StoryCircle vaak een beter keuze omdat daarmee rijkere ervaringen worden verkregen.

Duur

Dat varieert van een half uur tot een complete dag, afhankelijk van de samenstelling van de groep. Een paar aanwijzingen:

  • Mensen met hoge status hebben vaak maximaal 1 of 2 uur, tenzij de StoryGroup op een andere locatie dan de werklocatie is.
  • Mensen met lage status hebben vaak veel tijd, maar zijn weinig belastbaar. Plan dus pauzes en reken op vertragingen of tegenvallers. In het bijzonder in ontwikkelingslanden. De stroom valt zo maar een paar uur uit. Een deelnemer raak overprikkeld, enzovoort.
  • Kinderen kunnen zich niet lang concenteren en zijn snel afgeleid. Probeer dus korte en gevarieerde manieren te vinden voor het delen van ervaringen: kringgesprek, spel, enzovoort.
  • Ouderen zijn vaak minder snel of sneller vermoeid, maar dat is geen regel. Neem de tijd, maak ruimte voor langere pauzes. Mensen zitten soms vol met waardevolle ervaringen en lessen en kunnen die prima illustreren met ruwe ervaringen uit het eigen leven. Soms na het middagslaapje of de volgende dag. In groepen met ouderen spelen ook vaak ingesleten rolpatronen of oude vete’s weest daar alert op.

Werkwijze

De werkwijze is heel algemeen:

  • Zorg dat je opname-apparatuur perfect werkt, ook voor grotere ruimten. Test!
  • Breng het gesprek op gang.
  • Benadruk – indien nodig – dat deelnemers naar elkaar luisteren.
  • Zorg ervoor dat er een stroompje ervaringen wordt gedeeld.
  • Intervenieer alleen om ervoor te zorgen dat het gesprek gaande blijf én in de richting gaat van …
  • een situatie dat de ene deelnemer het vertel-stokje overneemt van de ander.

Effect

Is lastig te zeggen. De ene keer werkt het als een trein en de andere keer gaat het zeer stroef. De StoryGroup is geslaagd als

Deelnemers

De minimale grootte is één interviewer en twee deelnemers. Het maximum voor een interviewer lijkt te liggen rond de 30 deelnemers voor groepen. In de praktijk zijn groepen van 7-10 ideaal omdat dan iedereen de kans heeft om iets te vertellen. Voor mensen met lage status of lage belastbaarheid zijn kleinere groepen aan te bevelen.

Training

StoryGroups zijn een relatief eenvoudige en veilige manier om narratieven te delen en vast te leggen. Oefenen met vrienden, collega’s of familie kan een goed idee zijn. Uiteraard kunnen StoryGroup ook onderdeel zijn van een training van de StoryConnect Academy.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
StoryPeers

Inleiding

StoryPeers is een interviewvorm waarin twee mensen narratieven delen met elkaar. Ze interviewen als het ware elkaar. StoryPeers is samen met StorySwarms de enige Story werkwijze waarin de begeleider geen rol heeft in op gang brengen en vastleggen van narratieven.

Doel

StoryPeers is zeer geschikt voor homogene groepen of groepen waar er veel onderlingen ruimte is of respect is voor elkaar. Denk aan artsen die artsen interviewen of kinderen die ouderen interviewen of medewerkers die medewerkers interviewen.

Omdat de interviews gelijktijdig plaatsvinden levert StoryPeers heel veel output in korte tijd. Wel kan de kwaliteit lager uitvallen dan gehoopt omdat er geen begeleiding is.

Door de omvang wordt dit vaak wel weer gecompenseerd, al kan het wel een flinke klus zijn om kaf van koren te scheiden. Zie werkwijze hoe dit te repareren.

Duur

StoryPeers activiteiten variëren tussen een half uur en een dagdeel.

Werkwijze

De werkwijze is heel algemeen:

  • Vorm groepjes van 2.
  • Deel de StoryForms uit of zorg dat het StoryPoint beschikbaar is.
  • Leg de werkwijze uit.
  • Benadruk – indien nodig – dat deelnemers naar elkaar luisteren.
  • Start met het plenair uitspreken van de uitlokkingsvraag.
  • Wissel de gesprekspartners. Bijvoorbeeld om de 10 minuten of als het stiller wordt in de ruimte.
  • Geef een paar minuten voor het invullen van StoryForm of StoryPoint.
  • Intervenieer alleen als je ziet dat een koppel zich niet aan de opdracht houdt.
  • Kondig aan wanneer de laatste ronde is.
  • (optioneel) Laat alle deelnemers ongeveer 10 minuten elkaars ervaringen lezen en commentaar geven.

Effect

Is lastig te zeggen. De ene keer werkt het als een trein en de andere keer gaat het zeer stroef. De StoryGroup is geslaagd als de groep continue “zoemt”.

Deelnemers

De minimale grootte is één faciltator en 4 deelnemers. Geroezemoes kan al snel problemen geven. De maximale grootte in één ruimte lijkt te liggen rond de 30 deelnemers indien er een grote zaal beschikbaar is. Bij beschikbaarheid van meerdere ruimtes of een grote buitenruimte kunnen grotere groepen worden gefaciliteerd door meerdere begeleiders. Een intercom of megafoon is dan handig.

Training

StoryPeers zijn een relatief laagdrempelige maar vrij lastige manier om narratieven te delen en vast te leggen. Oefenen helpt niet, ervaring opdoen wel. Uiteraard kunnen StoryPeers ook onderdeel zijn van een training van de StoryConnect Academy.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
StoryCircle

Inleiding

Een StoryCircle – ook wel verteltafel of anecdote circle genoemd – is een manier om een groep mensen ervaringen te laten delen en deze vast te leggen voor verder gebruik.

Doel

Mensen hebben ervaringen en nemen dingen waar in hun leven of werk en ze hebben meningen, kennis, inzichten, twijfels, overtuigingen enzovoort, die ze in gesprekken met elkaar delen.

De StoryCircle werkvorm is geoptimaliseerd om het delen van ervaringen op gang te brengen en te houden zodat ervaringen van hoge kwaliteit beschikbaar komen voor klant, organisatie of project.

Duur

Een StoryCircle duurt minimaal 1 en maximaal 3 uur. Inclusief pauzes vergt een StoryCircle maximaal een dagdeel. Door combinatie met andere Story werkvormen kan een dagvullend programma worden samengesteld.

Werkwijze

  • Verdeel de deelnemers over de ruimte/tafels.
  • Laat deelnemers elkaar in koppels of per tafel zich aan elkaar voorstellen.
  • Leg de werkwijze en regels uit.
  • Let uit wanneer (individueel of groepsgewijs) de ervaringen in het StoryPoint moeten worden gebracht of op een StoryForm moeten worden genoteerd.
  • Verspreid de uitlokkende vragen over de tafels.
  • De deelnemers starten.
  • Intervenieer indien nodig.
  • Beëindig de Verteltafel als de tijd is versteken.

Effect

Per StoryCircle worden minimaal 20 ervaringen gedeeld en vastgelegd. In een dagdeel kunnen met 7-12 deelnemers makkelijk 60 of meer ervaringen worden vastgelegd.

Deelnemers en ruimte

Een StoryCircle heeft minimaal 3 deelnemers en maximaal 32. De deelnemers worden verdeeld over tafels van 3 tot 8 personen die zo ver mogelijk uit elkaar staan in een grote ruimte. Eventueel kunnen ook gangen, balkons of buitenruimte (grasveld) worden benut.

Begeleiding

De werkwijze van de StoryCircle lijkt eenvoudig. Voor en goed verloop is echter een begeleider nodig die organiseert, faciliteert en coördineert.

  • Voor StoryCircles tot 7 deelnemers is 1 begeleider nodig tenzij het om een gevoelig onderwerp gaat. Dan zijn 2 begeleiders nodig.
  • Voor StoryCircles met meer dan 7 mensen zijn altijd twee begeleiders nodig.
  • Voor StoryCircles tussen 24 en 36 deelnemers zijn 3 begeleiders nodig.

Voor grotere groepen zijn ook Story werkvormen beschikbaar. Neem contact op voor meer informatie.

Training

Het leren begeleiden van StoryCircle kan het beste door zelf deel te nemen en als mede-begeleider op te treden. De StoryConnect Academy leidt regelmatig StoryWorkers op die zelf StoryCircles willen leren begeleiden. We doen dit op 3 niveaus:

  • Basic – In één trainingssessie van ongeveer een dagdeel leert de trainee om een eenvoudige StoryCircle organiseren en begeleiden.
  • Advanced – De trainee leert onder begeleiding van StoryConnect een StoryCircle te ontwerpen, uit te voeren en de resultaten te oogsten.
  • Professional – De trainee wordt onderdeel van de vaste groep StoryConnect begeleiders, beheerst alle StoryWork werkvormen en draagt bij aan de verdere ontwikkeling daarvan.

Referenties

  • The Ultimate Guide to Anecdote Circles, Anecdote, 2006.
  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
  • StoryCircle Manual, StoryConnect, 2012
StoryGames

Inleiding

StoryGames is het inzetten van spelvormen voor het delen van ervaringen. StoryGames zijn individueel inzetbaar, maar ook voor groepen. Een spel heeft regels, bijvoorbeeld dat deelnemers om beurten gaan, waardoor het spel er bijna automatisch voor zorgt dat sterke personen het spel niet kunnen domineren en zwakkere stemmen ook gehoord worden. StoryGames is daarmee óók een goede vorm voor wat gemixte groepen.

Doel

Die zijn divers. Sommige spelvormen zijn puur gericht op het delen van ervaringen. Bij andere creëren de deelnemers ook op de tafel een landschap of netwerk met verbindingen en duidingen.

Duur

De meeste spelen duren ongeveer een uur, al kunnen individuele vormen ook korter zijn. En als er gewerkt wordt met spelrondes en/of wisselende spelgroepen kunnen spelen ook een dagdeel vullen. Uiteraard is het ook mogelijk om StoryGames te combineren met anderen methoden.

Werkwijze

Ieder spel heeft zijn eigen werkwijze. Wij gebruiken tot op heden de volgende spelvormen:

  • StoryCubes – StoryCubes zijn dobbelstenen met plaatjes er op. De dobbelstenen worden gegooid en de deelnemers reageren op de plaatjes die boven liggen met het delen van een ervaringen. Er zijn vele sets met thema’s als medisch, historisch, sport, angst, enzovoort. StoryCubes zijn geschikt voor zowel volwassen als kinderen. Zie de StoryCubes website voor alle soorten. Doordat gewerkt wordt met dobbelstenen met plaatjes is StoryCubes geschikt voor alle talen.
  • Kletspot – Dit is een gezelligheidsspel voor – zoals de verpakking zegt – ouderwets gezellige tafelgesprekken. De spelkaarten zit in en glazen pot die het spel haar naam geeft. De spelkaarten bevatten grappige suggesties, waanzinnige dilemma’s en leuke vragen. Hierdoor is Kletspot minder geschikt voor professionals en meer voor wat informelere groepen waarvoor andere manieren om het delen van ervaringen op gang te krijgen niet werken. Er zijn diverse varianten van dit spel verkrijgbaar, waaronder een reisversie en een pittiger versie. Zie de Kletspot website voor alle producten. Kletspot is een Nederlands spel.
  • Narratopia – Dit is het meest geavanceerde vertelspel op de markt, ontwikkeld door StoryConnect partner Cynthia Kurtz. Het is gebaseerd op 20 jaar onderzoek naar de rol van narratieven in groepen. Toch is het spel primair gericht op dezelfde doelgroep als Kletspot: een familieavond thuis of rond het kampvuur. Met Narratopia delen deelnemers ervaringen en stellen ze elkaar daarover vragen én geven ze elkaar munten die uitdrukken wat het verhaal of de reacties van anderen voor hen betekende (met hen deed). Zie de Narratopia website voor meer uitleg. Narratopia is beschikbaar in het Engels. Begin 2018 verschijnt de Nederlandse versie.

Wij zijn altijd op zoek naar nieuwe spellen en spelvormen. Neem contact op om je ervaringen te delen met andere spellen die we dan hier kunnen opnemen zodat iedereen ervan weet en leert.

Effect

StoryGames leveren al snel rond de 20 tot 30 ervaringen per speluur en Narratopia levert daarnaast ook een tafel vol verbindingen en duidingen van de deelnemers over de ervaringen en elkaar. Een vaak ongezien maar belangrijk effect is dat een spel vaak heel goed is voor groepsvorming. Mensen leren – verbaal en non-verbaal – veel over zichzelf en elkaar gedurende het spel.

Deelnemers en ruimte

Het aantal deelnemers ligt ongeveer tussen 2 en 6 afhankelijk van het gekozen spel. Voor Narratopia is een tafel nodig, Kletspot kan in een kring, desnoods op de grond en voor StoryCubes is een kleed op de grond voldoende om de dobbelstenen niet kwijt te raken.

Begeleiding

Niet van toepassing, al is het voor professioneel gebruikt wel aan te bevelen een spel eerst met collega’s of familie te leren kennen voor het zelf in te zetten.

Training

De spelregels maken training in principe overbodig. De keuze voor een spelvorm of andere methoden voor het delen van ervaringen is echter wel van belang, In overleg is het mogelijk om hierop in te gaan gedurende een training.

Referenties

Zie werkwijze.

StoryPoint/Form

Inleiding

Een StoryPoint (digitaal) en een StoryForm (papier) zijn feitelijk een vragenlijst voor narratieven, ruwe ervaringen van persoonlijke oorsprong. Een narratief kan gaan over een feitelijk gebeurtenis zijn; iets wat ze hebben meegemaakt, hen overkomen is of ze hebben waargenomen. De ruwe ervaring kan zaken kennis of informatie bevatten over over wat mensen als waarheid zien, bewijsmateriaal wat ze aandragen, meningen die ze hebben, argumenten die ze willen geven of bewijs dat ze willen leveren.

Doel

Het is de kunst om dergelijke ruwe ervaringen laten delen via een digitaal platform (of de papieren varient, de StoryForm) én mensen er vragen over te laten beantwoorden. Deze vragen zijn speciaal in die zin dat ze de respondent vragen om waarden, overtuigingen, gevoelens en perspectieven te beschouwen door de gedeelde ervaring zelf te interpreteren.

Duur

Het delen van een ervaring duurt ongeveer 5 tot maximaal 15 minuten. Het ideaal is eerder 5 dan 15 overigens. Deze lengte is o.a. afhankelijk van de doelgroep. Kinderen en laaggeletterden kunnen maximaal 5 tot 7 vragen over hun ervaring beantwoorden. Voor volwassenen en drukbezette werknemers is 12 ongeveer het maximum omdat daarna de aandacht verslapt. En voor professionals en experts kan het oplopen tot 20 a 25, maar dan gaat het over een zeer gedetailleerde evaluatie.

Werkwijze

  • Ontwikkel een StoryPoint of StoryForm.
  • Test deze bij de doelgroep.
  • Zorg dat het vertelpunt op de juiste wijze onder de aandacht komt van respondenten.
  • Monitor de voortgang en kwaliteit.

Effect

Een StoryPoint/Form is een van de lastigste vormen voor het ondersteunen van het delen van ervaringen. En zijn wel een paar vuistregels:

  • Onderwerpen die dicht bij het hart of de emotie van mensen liggen oogsten een hogere response.
  • Onderwerpen die gevoelig liggen, bijvoorbeeld wegens privacy, vergen een betrouwbare identiteit van waaruit ervaringen gevraagd worden.
  • Het vergroten van het gevoel van “eenheid” of “community” vergroot het vertrouwen en daarmee de kwaliteit.
  • Inzicht geven aan respondenten wat er met hun ervaring wordt gedaan help. Zeker voor StoryPoints die veel lijken op een meldpunt.
  • Het geven van voorbeeld ervaringen is slecht voor de diversiteit.

Deelnemers

Het aantal gedeelde ervaringen varieert sterk. Er zijn toepassingen waarin het maanden duurt om 40 ervaringen te verkrijgen en er zijn toepassingen waar er ruim 200 ervaringen per maand binnenkomen. Het exacte aantal is niet erg van belang, het gaat meer om de kwaliteit en de verdeling over de doelgroepen.

Begeleiding

Een StoryPoint zonder communicatie eromheen of erover is gedoemd te mislukken. Het is essentieel om respondenten op de juiste wijze met respondenten te communiceren: juiste identiteit, toon, regelmaat, enzovoort. Zie ook StoryCampaign voor meer informatie.

Training

Het leren ontwikkelen van StoryPoints/Forms vergt inspanning en tijd. De StoryConnect Academy biedt diverse cursussen en trainingen voor beginneling en gevorderden. Eén ding is echter van belang. Cynthia Kurtz schrijft:

If you do no make your own form of PNI, you’re not doing PNI.

Wij sluiten ons daarbij van harte aan. Please try this at home …. FIRST.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
StoryJournalling

 

Inleiding

Een StoryJournal is een StoryPoint dat geschikt is voor herhaald gebruik door dezelfde persoon. Dat vergt maatregelen als:

  • De uitlokking en de vragen over de ervaring moeten worden aangepast aan continue gebruik.
  • Persoonsinformatie als leeftijd en andere harde gegevens moet apart en eenmalig wordt uitgevraagd
  • De feedback/communicatie moet motiveren om terug te komen en ervaringen te delen.

Doel

Het continue of zeer regelmatig delen van ervaringen door individuele personen over een bepaald onderwerp.

De CoachConnect toepassing is een goed voorbeeld van een StoryJournal omdat Coach en Coachee tijdens sessies afspraken maken over het delen van ervaringen en in de sessies de ervaringen van de afgelopen tijd bespreken. CoachConnect is daarbij dus integraal onderdeel geworden van een systeem van uitlokking en feedback.

Journaling is ook zeer geschikt voor mens-, lifestyle en patient-onderzoek, bijvoorbeeld om inzicht te krijgen in medicijngebruik (adherence, bijwerkingen) of om inzicht te krijgen in leefgewoonten of eetgewoonten van sporters of juist mensen met een chronische aandoening.

Duur

Het delen van een ervaring duurt ongeveer 5 tot maximaal 15 minuten, afhankelijk van de toepassing en de motivatie van de respondent. De journalling kan maanden of zelfs jaren duren.

Werkwijze

  • Bespreek de werkwijze, de bedoeling en andere zaken die van belang zijn voor geslaagde toepassing (zoals privacy).
  • Maak afspraken over het delen van ervaringen.
  • Monitor het gebruik
  • Zorg dat de communicatiecirkel delen – inzicht – beslissen/afspreken rond blijf lopen.

Effect

Journalling gaat vaak samen met een hoge gebruikertrouw doordat er regelmatig iets gedaan wordt met de resultaten op individueel niveau.

Als meerdere mensen journaliseren ontstaat ook zicht op collectieve overeenkomsten of individuele verschillen. Ook zwakke signalen komen dan snel in beeld vanwege de continuïteit in de stroom ervaringen.

Als er ook meerdere begeleiders zijn kan journalling informatie ook uitstekend gebruikt worden voor intervisie, leren en kwaliteitsbewaking. Informeer bij Marco Koning naar de mogelijkheden.Journalling is ook zeer geschikt voor toezicht en daarom de gebruikte aanpak onder IBISS.

Deelnemers

StoryJournalling kan al met één persoon. De echte kracht komt naar voren als per tijdseenheid ongeveer 200 ervaringen worden gedeeld. Met 10 deelnemers en één ervaring per dag vergt dat ongeveer 3 weken.

Begeleiding

De begeleiding van StoryJournalling ligt vaak niet bij een StoryConnect / PNI facilitator maar bij een professional. Om dat goed te laten verlopen biedt StoryConnect via de Academy toepassing specifieke trainingen aan.

Training

Zie begeleiding

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
StorySwarms

Inleiding

Een StorySwarm is een groep StoryCollectors die letterlijk uitzwermen om ervaringen te vinden en vast te leggen. Denk aan:

  • een groep ambtenaren of hulpverleners die een wijk intrekken om ervaringen van burgers te horen over het functioneren van de samenleving.
  • een schoolklas die naar hun ouders of familie of bedrijven gaan om ervaringen te vragen over de buurt of het ondernemersklimaat.
  • een groep trainees die de organisatie (of een gebouw) doorlopen om ervaringen te verzamelen over bijvoorbeeld medewerkermotivatie of -beleving.

Het grote verschil met StoryInterviews is dat de interviews worden uitgevoerd door een getrainde StoryConnect begeleider. StorySwarms worden gevormd door leken die met een klein beetje instructie een een goed ontwikkeld StoryPoint of StoryForm op pad gaan.

Doel

Schaalgrootte, diversiteit qua ervaringen, lage kosten en toegang zijn de belangrijkste motivaties om te kiezen voor de StorySwarm vorm.

Duur

Over het algemeen kort, een uur, een paar uur of (zoals bij een schoolklas) een paar dagen om thuis een ervaring op te tekeken.

Werkwijze

  • Plan ruim van tevoren.
  • Geef eenvoudige maar duidelijke instructies. Let ook op de veiligheid.
  • Geef uitleg mee zodat de respondenten weten wat er met hun ervaringen gaat gebeuren.
  • Maak vaste afspraken over de duur (terugkeer) en geef een contact/noodnummer mee.
  • Breng – zo mogelijk de StorySwarm deelnemers na afloop bij elkaar. Zorg voor een goede afterparty. Iets te eten, te drinken.
  • Doe iets leuks of nuttigs met de resultaten. Tijdens de afterparty, maar ook voor de respondenten. Zorg dat zij horen wat er met hun ervaring gebeurd is of wat het heeft opgeleverd.

Effect

Deelnemers aan een StorySwarm vinden het vaak erg leuk. Het is vaak nieuw en spannend. Respondenten zijn vaak verrast, voelen zich gehoord en dat levert mooie resultaten. Het aantal ervaringen kan dan ook fors zijn. Hou daar rekening mee.

Deelnemers

Een StorySwarm heeft minimaal 8 tot 10 deelnemers, maar 30 of meer is leuker. De deelnemers zijn vaak heel gewone mensen. Mensen die status hebben of bekend zijn zijn minder geschikt omdat ze dit vaak niet willen óf teveel aandacht trekken.

Begeleiding

Oefening baart kunst. Maar het is vooral belangrijk om het eenvoudig en motiverend te houden. Stel een prijs is voor het meest verrassende en het nuttigste verhaal (niet voor het mooiste of de meeste, dat zijn verkeerde prikkels) en laat de Swarm of de respondenten de winnaars bepalen.

Training

Een StorySwarm kan een prima onderdeel zijn van een Academy training. Vergt vaak wel voorbereiding tenzij de deelnemers zelf de Swarm vormen.

Referenties

  • Geen. StorySwarms is door StoryConnect ontwikkeld.
StoryCampaign

Inleiding

Een StoryCampaign is een communicatie-campagne om het delen van ervaringen te stimuleren. De campagne verloopt anno heden vaak via sociale media.

Doel

Schaalgrootte, diversiteit qua ervaringen, lage kosten en toegang zijn de belangrijkste motivaties om te kiezen voor de StoryCampaign vorm. Het communiceren van en vanuit de juiste identiteit en waarden moet daarbij zeker veel aandacht krijgen in de ontwerpfase.

Duur

StoryCampaigns duren minimaal een aantal dagen tot weken en maanden. De reden hiervan is dat sociale media niet zo snel zijn als velen denken óf een lage response rate kennen. Een paar vuistregels:

  • Email wordt slecht gelezen.
  • Twitter is vluchtig en vergt veel prompting
  • Facebook is weinig serieus en oogst nogal eens matige kwaliteit
  • LinkedIn is langzaam, heeft vooral een professioneel publiek, maar geeft kwalitatief hoge resultaten.

Werkwijze

  • Betrek een communicatie-expert.
  • Zorg voor een naadloze aansluiting tussen doel en identiteit van waaruit je de campagne doet.
  • Bepaal zorgvuldig je doelgroep en conversiedoelen.
  • Gebruik alleen een vooraf door en door getest StoryPoint.
  • Zorg voor voldoende advertentiebudget.
  • Zorg voor een goed webteam voor het beantwoorden van direct responses.

Effect

Mits goed uitgevoerd is een StoryCampaign de snelste methode om breed en diep en rijk en veel ervaringen te verkrijgen.

Deelnemers

Een StorySwarm heeft minimaal 8 tot 10 deelnemers, maar 30 of meer is leuker. De deelnemers zijn vaak heel gewone mensen. Mensen die status hebben of bekend zijn zijn minder geschikt omdat ze dit vaak niet willen óf teveel aandacht trekken.

Begeleiding

Onder werkwijze is al veel gezegd. Zorg er echter voor dat het een narratief project blijft. Het valt vaak niet mee om meer klassiek denkende communicatie- en IT-mensen en mee te nemen in de PNI wijze van denken. Met name het participatieve aspect én dat narratieven geen normale vorm van informatie zijn kan voor flinke problemen zorgen. We begeleiden daarom deze campagnes het liefst zelf, eventueel vanuit de Academy.

Training

Zie begeleiding

Referenties

  • Geen. StoryCampaigns is door StoryConnect ontwikkeld.
StoryRetelling

Inleiding

Het delen van ervaringen in een groep, zoals in een StoryCircle is nuttig, maar graaft niet erg diep. StoryRetelling, ook wel Twice-told Stories genoemd – is een groepsoefening waarvan de kern is dat mensen niet alleen ervaringen delen, maar ook samen beslissen welke ervaring buiten de groep gedeeld zal worden.

Doel

StoryRetelling geeft mensen in de groep een concrete maar ook eenvoudige opdracht die invloed heeft op de ervaringen die gedeeld worden. De methode is geschikt voor voor zowel beginnende StoryWorkers als deelnemers. Als mensen moeilijker opdrachten aan kunnen is deze methode niet optimaal. Het is te simpel en er is meer te behalen binnen de beschikbare tijd.

Duur

Mimimaal een uur. Bereid wel het doel voor: waar gaat het over? En zorg voor StoryForms.

Werkwijze

De methodiek kent 6 stappen:

  • Introduceer de werkwijze en het doel. Vorm groepen van ongeveer 3 tot 4 deelnemers. Zeker niet minder, geen vijf of meer tenzij noodzakelijk. Zet eventuele opname apparatuur aan of maak afspraken over hoe ervaringen worden genoteerd. (5 minuten)
  • Laat de groepen vijf minuten praten over welke criteria ze hanteren om een ervaring te delen buiten de groep. Deze moeten gaan over nut, niet over kwaliteit. Als je denk dat de groep dit niet kan, vertel dan de critiria die jij gekozen hebt. (5 minuten)
  • Delen van ervaringen. (25 minuten)
  • Beantwoorden van vragen over ervaringen op de StoryForms. (5-10 minuten)
  • Hervertel de gekozen ervaringen. (10-15 minuten)
  • Discussie over de ervaringen en afsluiting (5 minuten)

Effect

Het effect – voor zowel deelnemers als begeleiders – is dat mensen kunnen oefenen met het werken met ervaringen. Door de (simpele) opdracht voelen mensen echter ook meer vrijheid/verantwoordelijke voor het resultaat: de gekozen en gedeelde ervaringen.

Deelnemers

Een groep van ongeveer 6 tot 15 deelnemers in een grote ruimte. Er moet voldoende ruimte zijn om kleine groepen te vormen die elkaar niet storen.

Training

StoryRetelling is niet moeilijk. Na het leiden van een aantal StoryCircles kan de StoryWorker deze methodiek zonder training zelf proberen.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 9.
StoryTimeline

Inleiding

Een StoryTimeline is een groepsactiviteit waarin deelnemers ervaringen delen én deze op tijdlijnen plaatsen. StoryTimeline kent vele variaties en is daarmee zowel breed inzetbaar als een behoorlijk geavanceerde methodiek die minder geschikt is voor beginnende begeleiders. Sommige varianten zijn ook bekend onder de naam The Future-Backwards.

Doel

Zoals de naam al aangeeft is de StoryTimeline methode geschikt voor onderwerpen met een sterke tijd-component. Vaak zijn mensen niet in staat om ervaringen te vertellen. De vraag om ervaringen in de tijd te plaatsen geeft dan voldoende structuur om het delen van ervaringen op gang te brengen. In sommige varianten – voor groepen die dat aankunnen – wordt gevraagd om achteruit in de tijd te werken. Dit doorbreekt het normale “eerst dit, dan dat” of “oorzaak – gevolg” denkpatroon in de hersenen van mensen waardoor er andere tijdlijnen ontstaan.

StoryTimelines kijken zowel naar de historie als naar positieve en negatieve paden naar, of vanuit, de toekomst en zijn daarmee een snelle en krachtige variant van (en alternatief voor) scenario-planning. Sterker nog, onze ervaring is dat een organisatie beter periodiek (bijvoorbeeld maandelijks) een middag kan besteden aan een StoryTimeline (en het bijwerken van de vorige) dan een per jaar een langdurige en intensieve strategische studie / planning uit te voeren.

StoryTimelines is niet geschikt  voor onderwerpen waarin geen sterkte tijdscomponent zit. Dat geeft alleen maar verwarring en frustratie. Kies in dat geval voor een andere methodiek.

Duur

Minimaal anderhalf uur, liever 2.5 uur. Maximaal 4 uur omdat deelnemers anders uitgeput raken. Het is beter om genoeg pauze’s te plannen en stappen over dagdelen te verdelen dan teveel haast te maken waardoor mensen afhaken. Zeker bij niet-professionals en mensen met een beperking is dat gevaar groot.

Werkwijze

Zoals aangegeven zijn er vele varianten. De basiswerkwijze is:

  • Introduceer de werkwijze en vorm groepen. (5 minuten)
  • Kies onderwerpen en datums. Het is gebruikelijk, maar geen harde regel, dat de tijdlijn even ver in de toekomst loopt als er terug wordt gegaan in het verleden. Dit geeft balans. (vijf minuten)
  • Beschrijf de situatie op de einddatum (vaak nu) door ervaringen te delen. (10 minuten)
  • Werk achteruit naar de begindatum door ervaringen te delen aan de hand van de vraag “wat gebeurde er daarvoor”? (40 minuten)
  • Beantwoord vragen over de ervaring. Dat kan doordat de begeleider vragen stelt of op StoryForms of in een StoryPoint. (10 minuten of iets langer indien nodig).
  • Alle deelnemers mogen rondlopen en de tijdlijnen bespreken met elkaar. (10 minuten).
  • Plenaire discussie over de tijdlijnen. Voeg nieuwe ervaringen die daarbij naar voren komen toe.

De basis werkwijze kan op vele manier worden uitgebreid:

  • Voeg paden toe vanuit een utopische toekomt (zo mooi dat het niet waar kan zijn) en dystopische toekomst (zo negatief of ernstig dat het geen realiteit mag worden).
  • Voeg beschrijvingen toe aan de paden. Denk aan overtuigingen, gevoelens, motivaties, krachten, doelen, angsten, hoop, vaardigheden, tekortkomingen, verbindingen, bronnen/hulpmiddelen of andere dingen die belangrijk zijn voor het verkrijgen van inzicht over hoe zaken gelopen zijn of kunnen gaan lopen. Deze beschrijvingen zijn – een hele groep input voor de StoryElements methodiek.
  • Voeg perspectieven toe door de vraag te stellen “hoe zou iemand vanuit dit perspectief” hier naar kijken. Bijvoorbeeld medewerkers en klanten of directie en werkvloer of allochtonen autochtonen.
  • Vergelijk tijdlijnen met gepubliceerde modellen. Gebruik bijvoorbeeld SWOT, of het Hexagon Sensemaking Canvas om fasen of etappes in de tijdlijnen te duiden. Zie verder referenties

Effect

Naast het inhoudelijk resultaat (de tijdlijn zelf) zorgt deze methode ervoor dat mensen met elkaar in gesprek gaan en elkaar bevragen. Mensen maken ook samen iets (de tijdlijn) wat zorgt voor structuur. Het is wel belangrijk dat de begeleider ervoor zorgt dat mensen ook echt met elkaar interacteren. Heftige discussie zijn niet de bedoeling, maar geanimeerde gesprekken zijn dat wel.

Deelnemers

Minimaal 3, liever 5 en maximaal 9 per groep. Verder is per groep een ruimte nodig of een zaal die groot genoeg is zodat groepen elkaar niet storen. Idealiter zijn er minimaal 2 begeleiders, maar vanaf 24 deelnemers is voor iedere 12 deelnemers een extra begeleider nodig.

Training

StoryTimelines training is beschikbaar via de StoryConnect Academy.

Eén aandachtpunt: vraag deelnemers kun ervaringen te markeren (bijvoorbeeld G2E5 voor groep 2, ervaring 5) en laat deze noteren op/in het StoryForm/Point. Maak na afloop foto’s van de tijdlijnen. Als je één van deze twee acties vergeet hebt je heel veel extra werk om ervaringen en antwoorden over de ervaringen te matchen.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 9.
  • Appendix A van Working with Stories suggereert een aantal modellen voor het vergelijken van tijdijnen.
StoryLandscape

Inleiding

StoryLandscape is een methode voor het delen van ervaringen waarin mensen hun ervaringen plaatsen op twee assen met relevante dimensies. Denk bij assen/dimensies aan zaken als

  • Onderlinge verstandhouding: Vriendelijk versus vijandig
  • Sturing: Centrale controle versus Autonomie / vrijheid
  • Middelen: Technologie – Menselijk handelen
  • Enzovoort

Een landschap zou dan bijvoorbeeld kunnen zijn:

  • X – as: Onderlinge verstandhouding
  • Y -as: Middelen

De methode is geschikt voor onderwerpen waarin tijd geen belangrijke rol speelt, maar het eerder gaat over gebruik of het in kaart brengen van een situatie. De keuze van de assen met dimensies is natuurlijk essentieel. Meestal kiest de begeleider deze voorafgaand aan de bijeenkomst. Het is ook mogelijk om deelnemers zelf te laten kiezen uit (wederom vooraf) gekozen sets van assen.

Doel

Net als de invloed van de factor tijd bij de StoryTimeline geven de assen in de StoryLandscape methodiek structuur. Deelnemers plaatsen hun ervaringen/verhalen op de assen waardoor clusters en patronen ontstaan op de tafel/wand/whiteboard die verder richting geven aan het verloop. Hierdoor is de output van de StoryLandscape methodiek vaak rijk en goed input voor vervolgactiviteiten.

Duur

Minimaal anderhalf uur, liever 2.5 uur. Maximaal 4 uur omdat deelnemers anders uitgeput raken. Het is beter om genoeg pauze’s te plannen en stappen over dagdelen te verdelen dan teveel haast te maken waardoor mensen afhaken. Zeker bij niet-professionals en mensen met een beperking is dat gevaar groot.

Werkwijze

De methodiek kent 7 stappen:

  • Introduceer de werkwijze en vorm groepen. (5 minuten)
  • Presenteer dimensies en hoekpunten. Vraag de groep om de hoekpunten te bespreken, met name hoe deze samenkomen. Welke situaties of gebeurtenissen passen daar bij?  (5-15 minuten)
  • Vul het landschap met ervaringen. Begin eerst met het  delen van ervaringen. Noteer de naam van de ervaring op zowel een Post-IT en op een StoryForm. Plaats ze na ongeveer 75% van de beschikbare tijd op het landschap. (40 minuten)
  • Ontdek kenmerken van het landschap en deel daarover ervaringen. (10 minuten)
  • Beantwoord vragen over de ervaringen . Dat kan doordat de begeleider vragen stelt of op StoryForms of in een StoryPoint. (10 minuten of iets langer indien nodig).
  • Alle deelnemers mogen rondlopen en de landschappen bespreken met elkaar. (10 minuten).
  • Plenaire discussie over de landschappen. Voeg nieuwe ervaringen die daarbij naar voren komen toe.

Effect

Naast het inhoudelijk resultaat (de tijdlijn zelf) zorgt deze methode ervoor dat mensen met elkaar in gesprek gaan en elkaar bevragen. Mensen maken ook samen iets (de tijdlijn) wat zorgt voor structuur. Het is wel belangrijk dat de begeleider ervoor zorgt dat mensen ook echt met elkaar interacteren. Heftige discussie zijn niet de bedoeling, maar geanimeerde gesprekken zijn dat wel.

Deelnemers

Minimaal 3, liever 5 en maximaal 9 per groep. Verder is per groep een ruimte nodig of een zaal die groot genoeg is zodat groepen elkaar niet storen. Idealiter zijn er minimaal 2 begeleiders, maar vanaf 24 deelnemers is voor iedere 12 deelnemers een extra begeleider nodig.

Training

StoryLandscape training is beschikbaar via de StoryConnect Academy.

Eén aandachtpunt: vraag deelnemers kun ervaringen te markeren (bijvoorbeeld G2E5 voor groep 2, ervaring 5) en laat deze noteren op/in het StoryForm/Point. Maak na afloop foto’s van de landschappen. Als je één van deze twee acties vergeet hebt je heel veel extra werk om ervaringen en antwoorden over de ervaringen te matchen.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 9.
  • Appendix A van Working with Stories suggereert een aantal modellen voor het kiezen van dimensies voor landschappen.

Werkvormen voor werken met narratieven

Er zijn vele werkvormen voor het werken met ervaringen te organiseren of stimuleren. Hieronder staan de werkvormen die wij gebruiken en trainen via de StoryAcademy.

StoryTimeline

Inleiding

Een StoryTimeline – ook wel Narratieve Scenario Planning genoemd – is een groepswerkwijze inzichten op te bouwen en betekenis te geven aan historische en toekomstige gebeurtenissen. Een StoryTimeline bestaat uit:

  • Een karakterisering van de huidige situatie of omstandigheden.
  • Een pad naar een vooraf bepaald moment in het verleden.
  • Een karaterisering van de ideale toekomstige situatie
  • Een karakterisering van sterk ongewenste toekomsten
  • Paden vanuit deze toekomsten naar het heden of het pad van heden naar verleden.

Doel

Het in kaart brengen van hoe de huidige situatie is ontstaan en bewustzijn ontwikkelen voor toekomstige ontwikkelingen.

Duur

Een StoryTime maken duurt ongeveer 3 uur.

Werkwijze

De gevolgde werkwijze is heel persoonlijk. Toch een aantal aanwijzingen:

  • Bepaal goed welk soort narratieven je zoekt. Waar moeten ze over gaan, waarover niet.
  • Van wie wil je narratieven, welke spelers of perspectieven heb je nodig.
  • Wat is je doel? Hoeveel narratieven heb je daarvoor nodig en welke kwaliteit.
  • Welke kwaliteit streef je na? Gaat het om echte ruwe ervaringen of zijn meer gepolijste narratieven ook nuttig?

Tenslotte, zoek actief naar mogelijkheden om via andere Story methoden narratieven te verkrijgen voor je project. Via Sociale media als LinkedIn, Facebook of Twitter. Of video’s op YouTube of (TED) lezingen. Wellicht zijn er chatrooms of forums.

Effect

Dit bepaal je zelf. Het is verstandig om te streven naar minimaal enkele tientallen narratieven vanuit de verschillende perspectieven die betrokken zijn bij je project.

Deelnemers

Je kunt StoryGleaning alleen doen, maar het is veel leuker én nuttiger met een team. Als vuistregel kun je beter met 4 mensen een dagdeel zoeken en onderzoeken dan dat je zelf 2 dagen aan de slag gaat.

Training

StoryGleaning is niet moeilijk en er bestaat geen aparte training voor. Oefenen is echter wel een goed idee. StoryGleaning kan wel een onderdeel zijn van een grotere training van de StoryConnect Acedemy. Bijvoorbeeld in een FlashConnect PNI training waar vanwege het gekozen onderwerp het niet of heel lastig is mensen zelf hierover te spreken. Denk bijvoorbeeld aan ervaringen over oorlogssituaties of zeer internationale onderwerpen.

Referenties

  • Cynthia F. Kurtz. Working with Stories, Hoofdstuk 8.
(onder constructie)