cPNI werkwijze

StoryConnect gebruikt het cPNi raamwerk als werkwijze onder alle oplossingen die we voor en samen met klanten ontwikkelen. Het is een sterk participatieve werkwijze waarin iedereen als ontwerper, onderzoeker en verbeteraar van producten en diensten mee doet.

Het raamwerk is zeer geschikt voor en het snel aanpakken van lastige persoonlijke, organisatorische, en maatschappelijke kennis-, innovatie-, monitoring- en transformatie-uitdagingen.

 

Het StoryConnect cPNI raamwerk voor inzicht, betekenisgeving, beslissen en veranderen is gebaseerd op het feit dat ruwe menselijke ervaringen, kennis, inzicht en unieke perspectieven bevatten. Die waardevolle informatie productief gebruiken om snel zicht te krijgen op vraagstukken en inzicht in de aspecten die daarbij een rol spelen is een belangrijke toepassing.

Het raamwerk zorgt ervoor dat vanuit meerdere perspectieven trends en patronen worden ontdekt en verkent en dat daaraan betekenis wordt gegeven door beslissers. Dat kunnen top-managers zijn, maar ook een team van professionals of inwoners van een wijk of gemeente.

Het raamwerk is ook geschikt om betere beslissingen te nemen en om veranderprocessen kort-cyclischer te maken en dus te efficiënter én effectiever te maken én te versnellen. Het unieke aan het raamwerk is dat ook de effecten – bedoeld of onbedoeld – van beslissingen snel in beeld komen. Ook veranderingen die spontaan optreden – bijvoorbeeld veranderingen in de markt, technologie of de maatschappij worden eenvoudige opgemerkt en integraal en op natuurlijke wijze meegenomen.

Het StoryConnect raamwerk kent vier fasen die telkens doorlopen worden:

Delen
van menselijke ervaringen, observaties of reflecties via diverse interview-vormen, bijeenkomsten met verhaalcirkels, tijdlijn- of landschapsdiscussies, observatie of digitaal via sociale media, de StoryConnect App of een Vertelpunt.
Inzicht opbouwen
in ontwikkelingen en verbanden vanuit de ervaringen door betekenis toe te kennen aan patronen en verbanden die in de ervaringen of data daarover zichtbaar zijn.
Beslissen en beïnvloeden
om gewenste veranderingen te realiseren. Door verschillen van inzicht productief te gebruiken ontstaat een samenhangende set interventies die door allen zowel zinvol én als veilig genoeg worden geacht.
Evolueren
door het inpassen van besluiten en beïnvloedende acties ontstaat verandering waarvan de effecten – positief of negatief, gewenst ongewenst – snel worden opgemerkt door …. het delen van ervaringen.

Het gebruik van menselijke ervaringen, inzichten en observaties voor inzicht, beslissen, veranderen en verbeteren is niet nieuw

Al in de oudheid werden de jachtverhalen gedeeld. Van de sterke verhalen en de frisse inzichten leerde iedereen

De vier fasen Delen, Inzichten opbouwen, Beslissen en beïnvloeden en Evolueren worden waar nodig en passend door StoryConnect ondersteund door o.a. het ontwerpen van het proces, de keuzes voor de methoden die gebruikt worden om ervaringen te delen, het verkennen van de grote hoeveelheden resultaten om het opbouwen inzicht te versnellen, het faciliteren van het proces om van inzicht tot beslissingen te komen, en het ondersteunen bij het inpassen van de  besluiten, acties en interventies in de praktijk, organisatie of omgeving. De vier ondersteunende activiteiten zijn:

Ontwerpen
van processen en gereedschappen. Wij maken samen met uw projectteam een plan, ontwerpen en implementeren een Vertelpunt en stellen een verzamelplan en communicatie-aanpak op.
Versnellen
van het ontdekken en verwerken van patronen, signalen en veranderingen. De hoeveelheid data en ervaringen is vaak te groot om te verwerken. StoryConnect maakt dan met hulp van het StoryDashboard een versnellingrapport waarin patronen, verbanden en veranderingen neutraal worden weergegeven.
Verbinden
van inzichten tot een samenhangend, nuttig en praktisch geheel aan interventies. De stap van betekenis naar nuttige interventies vergt goede begeleiding om slimme beslissingen te nemen. StoryConnect beheerst een scala aan werkwijzen voor het nemen van beslissingen over interventies in situaties met complexe of netelige aspecten.
Evalueren
van effecten van de toepassing en de StoryConnect methode zelf. Nu de interventies worden ingepast in de praktijk wordt zowel de voortgang van de toepassing als de StoryConnect methode zelf tegen het licht gehouden. Wat moet er worden aangepast aan ontwerp, de wijze van delen, wat versnelt, welke inzichten kunnen beter, enzovoort om de volgende inzicht cyclus in te gaan?

Het StoryConnect raamwerk is de basis onder al onze diensten en oplossingen. Het raamwerk is geschikt voor individuen, groepen, organisaties en netwerken. En bruikbaar voor interne én externe uitdagingen, alsook combinaties daarvan. Hiermee realiseert StoryConnect toegevoegde waarde voor haar klanten en partners.

Wetenschappelijke achtergrond van het StoryConnect raamwerk

Het StoryConnect raamwerk is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en modellen. Het StoryConnect raamwerk is een doorontwikkelde variant van de PNI methodiek. PNI staat voor Participatory Narrative Inquiry. In normaal Nederlands, een werkwijze voor het werken met ervaringen waarbij iedereen mede-onderzoeker is.

Het StoryConnect raamwerk wordt ook wel cPNI genoemd waar de extra c staat voor continu of cyclisch. Beiden zijn correct omdat het raamwerk bedoeld is om langdurig (dus continu) en iteratief (dus telkens opnieuw) gebruikt te worden. Wetenschappelijk gezien combineert het StoryConnect raamwerk veel inzichten en theorieën uit de sociale wetenschappen, de taalkunde en de complexiteitskunde.

Met name deze laatste is extra belangrijk door het begrip emergentie. Emergentie is het ontstaan van nieuwe eigenschappen door interactie tussen zaken die al bestaan. Denk aan mensen of overtuigingen of gebouwen. Dat klinkt ingewikkeld, maar dat valt mee, Een voorbeeld:

Denk bijvoorbeeld aan een klas schoolkinderen. De groepscultuur van de klas ontstaat als de klas ‘s morgens samenkomt. En valt weer uit elkaar als de klas ‘s middags naar huis gaat. De groepscultuur is daarmee een emergente eigenschap van de klas. De cultuur valt niet te voorspellen en verandert ook maar langzaam in de loop van de tijd. Er zijn wel tijdelijke veranderingten, bijvoorbeeld door een vakantie periode of als Nederland verliest met voetbal, maar die cultuur veert dan na enige tijd gewoon terug naar (bijna) precies dezelfde situatie.

Een ander voorbeeld is het weer. Los van lange-termijn effecten zoals de veronderstelde global warming, is het weer van vandaag een emergent resultaat tussen het weer van gisteren, de invloed van de zon en de ontwikkeling van alles wat groeit en bloeit of doodgaat of beweegt op aarde.

Overigens laten deze voorbeelden ook zien dat het verhaal over de wapperende vleugels van een vlinder die een storm veroorzaakt in een ander werelddeel gewoon onzin is. De emergente eigenschappen van de klas en het weer zijn niet zo makkelijk te beïnvloeden. Er moet echt iets ergs gebeuren (een ongeluk of een nieuw kind in de klas) of iets groots plaatsvinden (een maandenlange vulkaanuitbarsting) om de cultuur van de klas of het weer blijvend te veranderen

Emergentie is dus een normaal en nuttig verschijnsel in organisaties en in de maatschappij, maar wordt makkelijk over het hoofd gezien. Het is een van de redenen waarom veranderen en innoveren vaak als lastig wordt ervaringen of complex wordt genoemd. Bewust rekening houden met emergentie en veerkracht van sociale systemen is misschien wel de voornaamste reden waarom het StoryConnect raamwerk zo succesvol wordt toegepast. In het StoryConnect raamwerk treedt emergentie namelijk op in alle vier de fasen en speelt – in min of meerdere mate – een rol in alle vier de ondersteunende activiteiten.

Emergentie tijdens ontwerpen van de toepassing
Het StoryConnect raamwerk is cyclisch. Telkens worden dezelfde fasen en ondersteunende activiteiten doorlopen. De inhoud en het werk in die fasen ontwikkeld zich echter in de loop van de tijd. Een nieuwe toepassing begint altijd klein en voorzichtig, maar wel doortastend. De toepassing evolueert mee met de klantorganisatie of uitdaging en wordt gevoed door nieuwe inzichten tijdens de evaluatie-activiteit. De toepassing die we voor klanten ontwikkelen is dus zelf emergent omdat er geen sprake is van ontwerp gevolgd door implementatie, maar van het ontstaan van een route door nauwe samenwerking tussen klantorganisatie en StoryConnect en/of haar partners.
Emergentie tijdens het delen van ervaringen
Bij het delen van ervaringen gaat het niet over wat de klantorganisatie of StoryConnect wil weten, maar over wat mensen willen delen. Vandaar dat we werken met zogenaamde Elicitation (uitlokkings) vragen. Da zijn vragen waarom het antwoord een ervaring is. Bijvoorbeeld:

Als u terugdenkt aan het afgelopen jaar, welke gebeurtenis zou u dan delen over de meeste motiverende of het meest demotiverende aspecten van uw werk? Vertel ….

In de hersenen van mensen komt dan een denkproces op gang waardoor er een ervaring wordt “opgeroepen”. Dit oproepen is een emergent proces om vele redenen. Die hebben te maken met de context waarin de uitlokkingsvraag  gesteld wordt, met situatie van de persoon waarin de vraag gesteld wordt, door wie of hoe (bijvoorbeeld digitaal of juist niet) de vraag gesteld wordt, met de verborgen wensen en behoeften van deze persoon en met zijn of haar wereldbeeld. Dit is een compleet wetenschappelijk onderzoeksgebied dat we hier onmogelijk kunnen samenvatten. En dan hebben we het nog niet eens over de functie van narratieve (verhalende) communicatie voor mensen en organisatie. En ook niet over hoe het brein werkt. Het doel hier is puur om aannemelijk te maken dat het delen van ervaringen en de gedeelde ervaring geen stuurbaar proces is, maar dat emergentie daar een grote rol in speelt.

Emergentie tijdens het werken met ervaringen
Om het delen van ervaringen schaalbaar te maken (continue en onafhankelijk van tijd, plaats en kosten) ontwikkelen en gebruiken we vaak StoryPoints (vertelpunten) of StoryForms (vertelformulieren). Voor het ontwikkelen daarvan is het noodzakelijk dat we de eerder genoemde emergente eigenschappen van een organisatie of uitdaging in beeld krijgen. Zij vormen namelijk voor een groot deel de informatie voor de vragen die in StoryPoints en StoryForms gesteld worden over de ervaring. Dit geldt ook voor de uitlokkingsvragen. Die eigenschappen kunnen wij bij StoryConnect niet bedenken. Soms is er wel literatuur en in interviews met betrokkenen zijn vaak aanwijzingen te vinden, maar het blijft gevaarlijk om als buitenstaander zelf conclusies te trekken. De beste methode is om de mensen die zelf ervaringen gedeeld hebben te laten werken met deze ervaringen, hen vragen te laten beantwoorden over die ervaringen en die antwoorden door hen laten evalueren, groeperen (clusteren) en bijschaven totdat zij tevreden zijn over wat er op tafel ligt. Dit proces levert de gezochte emergente eigenschappen op die we nodig hebben. We noemen die StoryElements. Er zijn vele soorten: SituationElements, ThemeElements, CharacterElements, ValueElements, RelationElements, MotivationElements, BeliefElements, ConflictElement, TransitionElements. Belangrijk is dat deze elementen niet meer verbonden zijn aan of terug te leiden naar een enkele ervaring. Ze ontstaan doordat de groep stukjes kennis en informatie uit de ervaringen clustert, deze clusters verder evalueren en informatie uit gerelateerde ervaringen inbrengen totdat een stabiele set ontstaat die meestal 6 tot 12 elementen per soort bevat. Deze elementen zijn vaak wat abstract, maar ook zo concreet dat ze herkenbaar zijn voor de mensen die ervaringen hebben gedeeld of gaan delen.
Emergentie tijdens beantwoorden van vragen over ervaringen
De StoryElements worden verwerkt in StoryPoints en StoryForms en dat zorgt ervoor dat mensen die een ervaring delen belangrijke context-informatie of hun perspectief op de situatie niet alleen delen via de narratieven (geschreven ervaringen, foto’s, video’s, tekeningen, enzovoort), maar ook tijdens het invullen waardevolle informatie toevoegen. De mensen interpreteren hun ervaringen en de context waarin deze is voorgekomen vanuit hun eigen perspectief. Harold van Garderen zegt hierover

We zeggen wel eens gekscherend dat we bij StoryConnect graag de hersenen van de verteller een paar minuten lenen om hen te helpen te voorkomen dat anderen hun ervaring verkeerd begrijpen of gebruiken. Als je mensen vraagt om aan te geven welke emotie voor hen het beste past bij de gebeurtenis of situatie die ze zojuist deelden, dan is er niemand op de wereld die dat beter kan dan deze persoon zelf. Ook computer bakken daar weinig van. Vandaar dat wij graag de vertellers mede-onderzoekers noemen. Zij zijn de experts van hun eigen beleving. Zij kennen hun zorgen en wensen en meningen het beste. Zij weten het beste wat ze willen overbrengen.

Dit bovenstaande proces zit vol met emergentie. De momenten dat mensen nadenken over hun ervaring en daarover vragen beantwoorden zijn allemaal momenten waarop stukjes emergente betekenis aan de ervaring wordt toegevoegd. Die betekenis ontstaat in het brein van de persoon die ervaring deelde door wisselwerking tussen zijn/haar herinneringen, de gedeelde ervaring, doelen, omstandigheden en de vragen op het StoryPoint of in het StoryForm.

Emergentie tijdens versnellingsactiviteiten
Mensen delen ervaringen, interpreteren deze en voegen belangrijke contextinformatie toe. Welke ervaringen ze delen, hoe ze deze interpreteren, welke inschattingen zij maken en hoe ze de context waarderen is onvoorspelbaar. Of beter, zeer gevarieerd en divers. Echter, vanaf ongeveer 40 gedeelde ervaringen (maar zeker bij 100 of 200), ontstaan er patronen in de antwoorden over de ervaringen. Bepaalde emoties treden bijvoorbeeld meer op bij bepaalde afdelingen, of gedragen worden anders ervaringen door mensen met een andere opleiding of leeftijd. Dit fenomeen (het ontstaan van verschillen in de data over ervaringen) is een emergent effect. De patronen ontstaan gewoon tijdens het gebruik van StoryPoints/Forms door dat vele losse mensen kennelijk vergelijkbare interpretaties of gevoelens hebben ondanks dat de achterliggende ervaringen wellicht (sterk) verschillen. Marco Koning:

Wat de een ziet als een roekeloze actie ziet de ander als een heldhaftige poging om de boel te redden. Wat de een ervaart als een saaie en troosteloze werksituatie ervaart een ander wellicht als fijn en stabiel. Sommige onderzoekers zeggen daarom dat mensen lastig zijn, dat ze onbetrouwbare onderzoeks-objecten zijn. Wij bij StoryConnect zien dat anders: mensen zijn niet lastig. Mensen zijn verschillend en dat is soms best lastig. Vooral voor onderzoekers :-).

Het ontdekken van mogelijke betekenissen van de verschillen is het doel van de werkzaamheden voor het maken van een Versnellingsrapport. Over de formulering “mogelijke betekenissen” gaan we hier niet dieper in, hier concentreren we ons op de emergentie die tijdens die activiteiten optreedt. Na stappen als het verwijderen van “test” en “speel” of “onzin” data en het bepalen van scope van de analysen en evaluatie-activiteiten worden alle gekozen combinaties van data over ervaringen apart bekeken en worden daarover observaties gedaan. Bijvoorbeeld:

  • We zien dat de emotie blijheid toeneemt in wijk X.
  • We zien dat de emotie frustratie significant meer voorkomt in ervaringen over het wijkcentrum.
  • We zien dat het thema onverschilligheid vaker worden genoemd voor de kelder en trappenhuizen van het gebouw.
  • Enzovoort.

Dit is pure analyse, gewoon feiten. Van emergentie is hier nog geen sprake. Dat is wel het geval in de volgende stap. Hierin worden mogelijke interpretaties van de observaties gemaakt. Ook worden achterliggende ervaringen gebruikt om de observaties beter te begrijpen of meerdere perspectieven te ontdekken. Dit intensieve werk kan gedaan worden door een onderzoekers/facilitator van StoryConnect, maar daarin schuilt het gevaar dat hij of zij haar perspectief teveel laat meewegen. Er zijn protocollen en procedures om dit effect tot een minimum te beperken, maar het is altijd beter om versnellingsactiviteten ook participatief uit te voeren met een aantal mensen van de klantorganisatie of klanten of bewoners. Dit komt de kwaliteit van de emergente interpretaties ten goede. In de dan volgende stap worden de interpretaties geclusterd op een vergelijkbare wijze als bij het beantwoorden  van vragen over ervaringen die leiden tot StoryElements. Ook dit geen analystisch maar een creatief proces waarin nieuwe emergente eigenschappen ontstaan. Het is tenslotte de kunst om een versnellingsrapport samen te stellen dat recht doet aan de gevonden diversiteit en mogelijke betekenissen van de interpretaties en gevonden eigenschappen. Ook daarin zit een stukje emergentie verstopt.

Emergentie tijdens de inzicht fase
De werkwijzen in de Inzichtfase zijn bijna altijd groepsgewijs en in groepen treedt altijd emergentie op, zeker als het gaat om betekenisgeving aan nieuwe informatie en observaties of onzekere ontwikkelingen. De mogelijke interpretaties uit de versnellingsrapportage en de daarbij behorende ervaringen worden gebruikt om contact te maken tussen de de deelnemers en de tijdens de “delen” fase gedeelde ervaringen en data daarover. Het is verleidelijk maar fout om dit puur te zien als “inlezen in feiten”. Er staan natuurlijk ook feiten in een versnellingsrapport zoals “er is een toename in X” maar dat zijn geen harde statistische feiten. Een versnellingsrapport is geen feitenrelaas maar een indicatieve verzameling observaties gebaseerd op door mensen van vlees en bloed gedeelde ervaringen en hun interpretaties daarvan. Dit soort informatie moet je evalueren, niet analyseren. Daarbij horen vragen als “betekent dit nu dit of dat”? moeten we het zus of zo zien? Om die reden zorgen we er altijd  voor dat deelnemers meer informatie krijgen dan ze aankunnen. We zorgen voor overvloed, niet te veel, maar wel zoveel dat ze het gevoel hebben ze wat onrustig door alle info heen grasduinen. Dat ze elkaar nodig hebben om het geheel een beetje te overzien. Een inzicht bijeenkomst is wat dat betreft net het echte leven: meer informatie dan je kunt doornemen. Deelnemers aan een inzicht bijeenkomst hebben elkaar dus nodig om toe een gezamenlijk beeld te komen. Geen compleet beeld, want dat kan niet, maar wel een beeld waarin iedereen zich herkend. Interpretaties en discussie leiden daarna en daardoor tot inzicht. Inzichten die ontstaan, inzicht die er eerder niet waren. Bij het opbouwen van inzicht treedt dus emergentie op.
Emergentie tijdens verbinden
Tijdens deze activiteit is er eigenlijk geen sprake van emergentie, maar is de vraag veel meer hoe we ervoor kunnen zorgen dat er zo optimaal mogelijke set van nuttige, gebalanceerde beslissingen en experimenten wordt gecreëerd door de beslissers in het proces. Hierbij spelen vragen als hoe wij als begeleiders de groep kunnen faciliteren om van inzichten naar voorstellen kunnen convergeren zonder teveel afbreuk te doen aan de complexe aard van de achterliggende problematiek of het onderwerp. Ook denken na over hoe we die convergentie vervolgens kunnen laten doorlopen in het daadwerkelijk besluiten over gewenste veranderingen en hoe deze gerealiseerd kunnen worden gezien de hoeveelheid beschikbaar resources en gewenste snelheid. Hierbij moeten keuzes gemaakt worden over tijd, timing, risico’s, alternatieven, enzovoort. Daarbij blijkt het Hexagon Sensemaking Canvas een nuttig hulpmiddel. Door vooraf na te denken over de groepdynamiek die zou kunnen optreden en daarom mensen uitnodigen die als collectief uiteenlopende voorkeuren hebben voor o.a. ordelijk handelen, onderzoeken, organisatoren, experimenteren, loslaten, leren, filosoferen en communiceren, kan grote invloed hebben op het resultaat in de fase beslissen en beïnvloeden. Uiteraard zijn de inmiddels ontstane inzichten ook van groot belang bij de keuzes voor de vorm en werkwijze.
Emergentie tijdens beslissen en beïnvloeden
Als er één fase is waarin emergentie een vitale rol speelt binnen het raamwerk dan is het de fase waarin beslissingen vallen en nagedacht wordt over hoe met zaken kan beïnvloeden zonder directe sturingsmacht. Naast emergentie is convergentie een belangrijk woord dat hierbij past. Convergeren is het proces waarin mensen/beslissers – ondanks incomplete informatie, tijdgebrek om compleet overzicht te krijgen en meestal tegenstrijdige informatie en belangen – toch gezamenlijk moeten besluiten wat ze gaan doen (en wat niet) en hoe ze dat gaan doen en wat ze er mee willen of hopen te bereiken of door willen leren. Hierbij gaat het niet om consensus, maar wel om convergentie: samen tot een vergelijk komen. Dat er geen sprake is van consensus is goed zichtbaar in de typen beslissingen en beïnvloedingswijzen waartoe kan worden besloten:

  • Maatregelen – als oorzaak en gevolg helder is en risico’s geheel en vooraf bekend. Bijvoorbeeld voor het vergrote van efficiente of kostenbesparing.
  • Onderzoeken – als meer informatie nodig is verder te kunnen.
  • Organisatorisch aanpassingen – aanpassingen binnen werkprocessen of aangaan van samenwerkingen vanuit de bestaande organisatie.
  • Experimenten – om zaken of patronen te beïnvloeden of op gang te brengen ondanks onzekerheden.
  • Structurele aanpassingen – zoals het geven van autonomie en het aanzetten van radicale vernieuwing waaronder innovatie.
  • Leer/evaluatie acties – om kennis op te bouwen uit eerdere (afwijkende) situaties of ongelukken.
  • Communicatieve aanpassingen – aanpassing van identiteiten of om nieuwe te bouwen.
  • Waarden – aanpassingen of versterking van de waarden van waaruit de organisatie handelt.

De onderhandelingen die plaatsvinden tijdens de ontwikkeling van de set samenhangende besluiten moeten convergeren en het output is duidelijk een emergent resultaat van het proces.

Emergentie tijdens evalueren
Het is niet noodzakelijk dat emergentie een rol heeft tijdens de evaluatie van een cyclus. Toch is het wel verstandig voor het evaluatieproces een methodiek te kiezen die emergentie toestaat omdat dan verbindingen zichtbaar kunnen worden die anders gemist waren en inzichten van hogere orde kunnen ontstaan die anders niet waren ontstaan. Het toepassen van bijvoorbeeld een StoryCircle en StoryElements of StoryLandscape voor evaluatie-doeleinden is dan ook een prima keuze voor een optimaal resultaat. Het is een beetje eat-your-own-dogfood, maar dat is prima.
Emergentie tijdens evolueren
Het StoryConnect raamwerk – en de achterliggende (c)PNI methodiek – zijn uiterst geschikt voor het vinden van de balans tussen business-as-usual efficientie en leren van en innoveren voor unsual-business. Organisaties zijn – zoals er mensen bij betrokken zijn – zogenaamde complex-adaptieve systemen en die de eigenschap hebben dat ze terugveren en zich aanpassen als iets of iemand probeert iets te veranderen. Zo is het ook met de maatregelen en onderzoeken en experimenten en als die andere acties waartoe in de fase beslissen en beïnvloeden is besloten. Iedere verandering – hoe goed ontworpen of bedacht ook – kan bijeffecten hebben die niet waren voorzien. Dat kunnen positieve effecten zijn, maar ook negatieve. En effecten kunnen via een omweg leiden tot effecten op plaatsen of zaken waar ze moeilijk zichtbaar zijn en dus mogelijk laat worden opgemerkt. Ook kan het zijn dat een acties elkaar beïnvloeden op onverwachte wijzen en er  kunnen externe, zogenaamde exogene – veranderingen optreden die invloed hebben op complexe (lees niet voorspelbare wijze). Kortom, het geheel aan effecten en veranderingen die optreden tijdens het evolueren is ene complex emergent geheel. Een co-evolutie tussen de die acties die het gevolg zijn van beslissen, de responses van de organisatie(s) of het systeem waarop de beslissingen worden uitgevoerd en de autonome ontwikkelingen en in rondom die organisatie of dat systeem.