Hexagon Sensemaking Canvas

Helpt beslissers situaties of uitdagingen in kaart te brengen, verbanden te ontdekken, deze te verkennen en samen tot passende besluiten te komen.

Wat is het Hexagon Sensemaking Canvas

Het Hexagon Sensemaking Canvas (HSC) is een instrument voor betekenisgeving van narratieve informatie. Eenvoudig gezegd is het een hulpmiddel voor het in kaart brengen van aspecten van een situatie of uitdaging en het verbeteren van groepsbeslissingen met behulp van ruw (vertelde) ervaringen van mensen.

Het Canvas biedt structuur bij het nemen van beslissingen. Het Canvas onderscheidt zich van andere sensemaking (betekenisgevings) modellen en raamwerken door de expliciete ondersteuning voor het evalueren van interne en externe aspecten.

Het HSC wordt door StoryConnect & Partners vaak gebruikt in bijeenkomsten voor het mappen van situaties, het ontwerpen van StoryPoints en StoryDashboard en voor het evalueren van projecten.

Het Hexagon Sensemaking Canvas kent een lange historie en blijft in ontwikkeling, niet in de laatste plaats omdat we het HSC ook gebruiken voor het ontwerpen van StoryPoints en StoryDashboard, het ontwerpen van nieuwe StoryConnect toepassingen en voor het evalueren van projecten. Het HSC is daarmee dé basis onder veel van de stappen van de StoryConnect methode.

Overzicht van het Canvas

Het Canvas bestaat uit 7 vlakken voor het in kaart te brengen van aspecten:

  • Controle
  • Orde
  • Samenwerking
  • Complexiteit
  • Autonomie
  • Chaos
  • Zelf

Zwart staat voor intern en Oranje staat voor extern.  Dichte lijnen staan voor sterke verbindingen, gestippelde lijnen staan voor zwakke verbindingen.

De vlakken Controle – Samenwerking – Autonomie – Zelf zijn dus bedoeld voor interne aspecten. En de vlakken Orde – Complex – Chaos zijn dus bedoeld voor externe aspecten.

De zwarte bolletjes en lijnen staan voor interne beslissers en de relaties daartussen. En de oranje bolletjes en lijnen staan voor externe beslissers en de relaties daartussen.

De vlakken

Ieder vlak van het Hexagon Sensemaking Canvas is bedoeld voor een type aspecten aan een situatie. Aspecten die volledig onder controle zijn van de interne organisatie waartoe de beslisser horen bij het orde vlak. Of aspecten buiten die organisatie waar de beslisser geen invloed op heeft en alleen invloed kan proberen uit te oefenen komen in het complexe vlak. Op deze manier kunnen alle aspecten aan situaties in kaart worden gebracht waardoor overzicht ontstaan over de gehele situatie. Dat helpt bij het bepalen welke acties ondernomen kunnen worden (en welke niet).

Aspecten vallen in het controle vlak als de beslisser totale kennis heeft over oorzaak en gevolg en deze volledig kan besturen. De centrale beslisser stuurt een keten van gevolgen aan en bepaald precies wat er gebeurt. Bijvoorbeeld een bestuurder die op het rempedaal drukt van een auto zorgt ervoor dat een pomp remolie naar de remmen stuurt waardoor de remmen de wielen afremmen en de auto afremt. De handelswijze voor controle aspecten is het nemen van maatregelen. Andere woorden die horen bij het controle vlak zijn bekend, simpel, evident en (aan)sturen.

Aspecten vallen in het orde vlak als er sprake als er sprake is van orde, maar de controle (en kennis) daarover ligt niet bij de beslisser, maar buiten zijn of haar controle/kennis gebied Bijvoorbeeld een bestuurder die op het rempedaal drukt maar de auto remt niet af. Als de bestuurder geen kennis heeft van hoe het probleem te analyseren moet deze naar de garage om dat uit te laten zoeken. kabel gebroken? Pomp stuk, olieleiding lek? Remmen versleten. In het domste geval vroor het en was de weg glad :-). De handelswijze voor orde aspecten is onderzoeken. Andere woorden die horen bij het orde vlak zijn ontdekken, gecompliceerd, analysen en begrijpen.

Aspecten vallen in het samenwerken vlak als twee beslissers van twee verschillende systemen afspraken samen te werken om een gezamenlijk doel  te realiseren. De beslissers vormen daarna feitelijk één systeem Bijvoorbeeld een auto-instructeur en een leerling die hebben afgesproken dat de instructeur de leerling met vallen en opstaan gaat helpen leren een auto te besturen om veilig en effectief aan het verkeer te kunnen deelnemen. De instructeur kan daarbij ingrijpen als het nodig is, maar zal in de principe de leerling de ruimte geven om te leren. De handelswijze die hoort bij het samenwerken vlak is organiseren. Andere woorden die horen bij het samenwerken vlak zijn ontwikkelen, geslotenheid, reorganiseren, verbeteren, levensvatbaar.

Aspecten vallen in het complexe vlak als de beslisser geen enkele directe invloed heeft op de gang van zaken (buiten de eigen organisatie). Bijvoorbeeld een Nederlandse autorijschool die ziet dat immigranten rijscholen startten voor specifieke doelgroepen en reisbureau die haal-je-rijbewijs-vakanties gaan aanbieden.Ontwikkelingen die je kunt zien, maar geen invloed op hebt, behalve misschien via politieke lobby. De handelswijze voor complexe aspecten is experimenteren. Andere woorden die horen bij het complexe vlak zijn waarnemen, verstrengeld, innoveren, beïnvloeden, leren.

Aspecten vallen in het autonome vlak als de beslisser geen enkele rekening hoeft te houden met gevolgen of invloeden van buiten. Bijvoorbeeld, een rijinstructeur kan prima kiezen voor witte in plaats van zwarte sokken. Dat heeft geen invloed op zijn of haar werk en valt zelden tot nooit onder de kledinginstructies. De handelswijze voor autonome aspecten is verbinden. Andere woorden die horen bij het autonome vlak zijn bestaan, zwarte doos, verbinden, begrijpen en verhouden.

Aspecten vallen in het chaos vlak als de beslisser iets ziet als nieuw, overal los van staat of totaal onverwacht is. Bijvoorbeeld, een grote hagelsteen door de voorruit van de lesauto op een zonnige dag in het midden van de zomer. De handelswijze voor chaos aspecten is handelen. Andere woorden die horen bij het chaos vlak zijn griezelig, willekeurig/ rommelig, redden, stabiliseren.

Aspecten vallen in het zelf vlak ze gaan over waarden en identiteiten. Het zelf vlak is daarmee van een andere aard dan de andere vlakken. Het zelf vlak gaat over het wezen van de beslisser zelf. Bijvoorbeeld een rijschool kan kiezen voor een bepaalde auto die past bij haar gewenste uitstraling of de keuze maken ook leerlingen aan te nemen waarvan de kans groot is dat ze het moeilijk zullen krijgen om het rijbewijs te behalen. Er is geen handelswijze voor het zelf vlak, maar de aspecten in het zelf vlak zijn de basis voor het handelen van de beslisser. Waarden zijn de basis voor het nemen van beslissingen. Woorden die daarbij horen zijn persoonlijk, verhalend, wilskeuzen, innoveren. Identiteiten worden vooral bewaakt op basis van normen. Woorden die daarbij horen zijn perspectieven, anekdotisch en integriteit.

Veelgestelde vragen

De ontwikkeling van het Canvas is begonnen rond 2006. In de loop van de tijd zijn er vele varianten geweest en zijn er vragen gesteld door deelnemers van workshops of collega’s. De meest gestelde vragen en antwoorden staan hieronder.

Waarom heet het een Canvas?
Het eenvoudige antwoord is dat het HSC is bedoeld om mee te werken, Er dingen op te leggen of te schrijven. Net als het lege doek van een schilder. Daarom wilden we het geen model noemen. Het moeilijker antwoord is dat we het ook geen raamwerk (framework) wilden noemen simpelweg omdat het dat niet is. Een raamwerk  is een constructie die je uit onderdelen kunt samenstellen, waarmee je door schuiven en configureren een grote verscheidenheid aan vormen kunt maken. Denk bijvoorbeeld aan een steiger in de bouw. Het HSC is net als Cynefin geen raamwerk. Het Confluence Sensemaking Framework is daarentegen wel een raamwerk.  
Waarom heten de kleine zeshoeken in het Canvas vlakken?
Het eenvoudige antwoord is dat een schilder vlakken tekent op zijn canvas en het leek ons zinvol om die gewoonte over te nemen Het moeilijke antwoord is dat we bij StoryConnect enerzijds vasthouden aan de overtuiging dat er geen natuurlijke systemen bestaan die helemaal geordend of helemaal chaotisch of helemaal complex, enzovoort zijn. Het gaat hier te ver om dat helemaal uit te leggen, maar in deze blog doen we dat wel. Om die reden wilden we niet het woord domein gebruiken omdat door veel andere die zich bezig houden met complexiteit zo vaak zeggen “dit is een complex of gecompliceerd systeem” of “dit is een chaotische situatie”. In ieder systeem en aan iedere situatie zijn altijd ordelijke, chaotische, complex aspecten te ontdekken. Anderzijds weten we ook dat je een natuurlijk systeem (een groep een situatie, enzovoort niet in delen uit elkaar kunt halen. Je kunt de (onder)delen niet – met een moeilijk woord – categoriseren in soorten, dus wilden we de vlakken ook niet vak, sectie of quadrant noemen. Om deze beide redenen samen denken wij dat vlakken een prima naam is omdat deze neutraal aangeeft dat we iets met ruimte willen aanduiden. Voorstellen voor een betere term zijn echter altijd welkom.
Waarom is het HSC zelf geen hexagon?
Dat is een hele goede vraag. We hebben in de loop van de jaren geëxperimenteerd met vele vormen. Bijvoorbeeld en grote driehoek met een kleine driehoek er in en een hexagon met een kleiner hexagon in het midden en 6 trapeziums er omheen. Uiteindelijk vonden we dat de vlakken hexagons moesten zijn zodat er geen verschillen in grootte tussen de vlakken zijn. Of het de beste keuze is? We weten het niet en als iemand het HSC anders wil tekenen: ga je gang. Laat je even je ervaringen horen. Dank!
Waarom heet het centrale hexagon "zelf"?
Het eerlijke antwoord is: dat is een keuze. Die keuze hebben we gemaakt omdat ten eerste, het centrale hexagon hoort bij de binnenkant van het systeem of situatie die in kaart moet worden gebracht. En ten tweede omdat als je aspecten als orde en samenwerking en autonomie van een organisatie in kaart heb, je nog steeds iets mist, namelijk de ziel, de overtuigingen, de waarden, de wil, enzovoort. Dat zijn allemaal zaken die een organisatie uniek maken, die bij het wezen horen en daarom lijkt “zelf” een geschikte naam voor het middelste hexagon.
Waarom is het HSC nodig?
Een hulpmiddel is zelden nodig, maar vaak wel handig. Het antwoord is simpel: nee, het HSC is niet nodig, maar als je zelf of met een groep na wilt denken over de aspecten aan een situatie (bijvoorbeeld een hoe een project gelopen is of wat een organisatie zelf kan of niet of een ongeluk wat gebeurd is) dan is het handig om interne en externe aspecten te kunnen scheiden. Bij onze weten is er geen vergelijkbaar hulpmiddel dat dat “in de ruimte” mogelijk maakt. Enerzijds is het Confluence Sensemaking Framework meer een “landschap” hulpmiddel omdat het X en Y assen heeft. En anderzijds kent Cynefin geen binnen/buiten (inside/outside). Kortom, 3 hulpmiddelen die ieder hun plek onder de zon kunnen hebben.
Mag ik het Hexagon Sensemaking Canvas gebruiken?
Het HSC is vrijgegeven onder een Creative Commons Attribution-ShareAlike (CC BY-SA) licentie en daardoor vrij te gebruiken.
Waarom heeft het Canvas een nummer?
Dat is handig bij het uit elkaar houden van versies. De eerste versies uit 2015 zijn niet meer te vergelijken met de huidige. Kijk dus altijd naar het versienummer.
Wat is de laatste versie van het Canvas?
De huidige versie is van 4 januari 2018 en heeft nummer v2018.1.
Kan ik het Canvas printen?
Jazeker, de plaatjes op deze website zijn best groot. Printen op A3 formaat of zelfs A0 formaat gaat prima. Wij hebben het Canvas zelfs op tafelkleedformaat laten afdrukken (150x150cm). Na gebruik in de wasmachine en weer klaar voor gebruik.

Ontstaan uit noodzaak

Het Hexagon Sensemaking Canvas is – zoals bijna altijd met innovaties – ontstaan uit noodzaak: het ontbreken van een sensemaking hulpmiddel dat het onderscheid maakt tussen interne en externe aspecten van een situatie én bruikbaar is in werksessies. Ook merkten we dat wat in de literatuur “system in focus” heet bij veel andere hulpmiddelen nogal eens in het midden wordt gelaten.

Wij merkten in ons eigen werk bij het ontwerpen van projecten, StoryPoints, StoryDashboards en ook tijdens werksessies dat we zelf én deelnemers nogal eens de vraag stelden: gaat dit nu over iets wat ik over mezelf of onze organisatie zeg (intern) of wat ik over een ander of iets anders buiten onze organisatie zeg?

Cynthia Kurtz houdt een lijst bij van Sensemaking hulpmiddelen onderaan haar pagina over haar Confluence Sensemaking Framework. Geen van de huidige 23 sensemaking hulpmiddelen voldoet aan beide criteria:

  • Onderscheid maken tussen intern en extern en dus over de system in focus.
  • Bruikbaar in werksessies

In de eerste publieke blog over het Hexagon Sensemaking Canvas beschrijven we het ontstaan en de daarbij gebruikte informatie in meer detail. Hier volstaan we met het beschrijven van wat verschillen en overeenkomsten met de 3 meeste gelijkvormige modellen en onze visie daarop:

  • Het Confluence Sensemaking Framework van Cynthia Kurtz is echt een raamwerk van diverse modellen die samen een raamwerk (framework) vormen om zeer diep en compleet de aard van relaties tussen de beslisser (the seeing eye) en andere “agents” in het system. te onderzoeken. Het CSF bestaat niet uit vlakken, maar werkt meer met assen waardoor het wat meer een landschap-canvas dan het HSC. Het SCF is Cynthia’s doorontwikkeling van het Cynefin model, waarvan zij ook aan de basis stond.
  • Het Cynefin model is ontwikkeld door een groep binnen IBM waarbij het niet precies meer te achterhalen is wie welke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van een 2x2 matrix in 1999 tot de “synaptische vorm” uit 2003. Cynefin is een model met domeinen, geen raamwerk en staat daarbij dichterbij het HSC dan het CSF. In de meest bekende video over Cynefin legt Dave Snowden uit hoe het Cynefin model ontstaat uit “de drie basis systemen” orde, complex en chaos door het spitsen van orde in de simpel en gecompliceerdheid en het toevoegen van disorde. Hierover 4 opmerkingen:
    1. Het splitsen van orde in simpel en gecompliceerdheid roept de vraag op waarom complexiteit en chaos ook niet worden gesplitst.
    2. Het blijft vaag waar het disorde domein vandaan komt. Ondanks vele vragen op fora en tijdens lezingen komt Dave Snowden niet veel verder dan te stellen dat het disorde domain het domain is waar een systeem het meest  van de tijd verblijft.
    3. Het is opvallend dat sinds 2003 de naam van van het gespliste orde domain blijft wijzigen: Wikipedia schrijft over de namen van de Cynefin domeinen: Kurtz and Snowden (2003) called them known, knowable, complex, and chaotic. Snowden and Boone (2007) changed known and knowable to simple and complicated. Since 2014 Snowden has used obvious in place of simple.
    4. Door onze wetenschappelijke achtergrond weten wij dat systemen nooit 100% te kenmerken zijn als ordelijk, chaotisch of complex. Niet voor niets schreef een van ons eerder de blog complex systems don’t exist.
  • Het Knowledge in Formation (KiF) model van Sarbo, Farkas en van Breemen komt uit de semiotiek en is lastig te gebruiken voor sensemaking activiteiten. Toch lijkt dit het meest wetenschappelijk gefundeerde model waar we graag op terugvallen. Met name de sterke basis in het gegeven dat kennis in mensen (hersenen en zenuwstelsel) spreekt sterk voor KiF.

Door de sterkere inside-out / outside-in focus dan andere sensemaking modellen als het Confluence Sensemaking Framework, Medicine Wheel, KiF en Cynefin is het HSC wat meer verbonden met het Viable Systems Model dan andere sensemaking tools.

Ontwikkeld door te combineren

Met onze sterke achtergrond in complexiteitskunde, systeemkunde en psychologie was het ons al lange tijd opgevallen dat naast de systeem typeringen orde, complex en chaos (goed beschreven door Stuart Kauffman) in de organisatie-literatuur veel gesproken wordt over orde, coöperatie (samenwerking), autonomie (met het werk van Robert Keidel over triangular organisation als exponent). In het werk van Kaufman wordt veel gesproken over “the edge of chaos”. Dat is een wat misleidende naam om aan te geven dat leven (en adaptatie) alleen voorkomt in het complexe gebied tussen orde en chaos. Er is dus geen sprake van een edge (rand), maar van een zône (werkgebied). In het werk van Keidel spreekt hij over “the muddy middle” als het gaat om geen keuzes maken tussen controle, samenwerking en autonomie. Als we het werk van Kauffman even voorstellen als een driehoek (die veel lijkt op het startmodel uit de Cynefin video) en die combineren met de driehoek van Keidel dan krijgen we de eerste versie van het Hexagon Sensemaking Canvas. Omdat deze nogal veel lijkt op een jodenster hebben we al snel gekozen voor andere vormgeving. We tonen deze versie hier dan ook alleen om historische redenen.

Tenslotte laten we zien dat vanuit zowel het Keidel als het Kauffman model een veelheid van modellen en canvassen te genereren is door splitsing van aspecten. Hieronder valt ook het Cynefin model, dat daarmee een submodel is van het HSC.

Het driehoekige organisatie-concept  van Keidel en de drie typen natuurlijke system van Kauffman vormen de input voor de drie stappen waarin het Hexagon Sensemaking Canvas kan worden geconstrueerd.

  1. Voeg controle toe aan orde
  2. Voeg samenwerking toe aan comple
  3. Voeg autonomie toe aan chaos

Tijdens deze stappen tonen de sheets ook namen van de grenzen tussen de vlakken.De laatste drie slides laten concepten zien van

  • De proces variant van het HSC
  • Het HSC in Cynefin stijl
  • Het HSC in Confluence stijl

Deze laatste twee zijn alleen toegevoegd om de lezer in staat te stellen makkelijk de relatie tussen het HSC en deze twee bekende sensemaking hulpmiddelen te leggen.

Ook veel varianten van het CSF zijn te generen op deze manier door het weglaten van grenzen en het karakteriseren van de aard van verbindingen.